Theo Wiering

De economische crisis: probleem en oplossing


Bron: Solidariteit, tijdschrift voor een strijdbare vakbeweging, nummer 114, juli 2003
Transcriptie/HTML: Paul Benschop, voor het Marxists Internet Archive
Contact: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive


Verwant:
De arbeidersbeweging en de crisis
Kapitalisme = werkloosheid, planeconomie = volledige tewerkstelling

Balkenende II – economisch bekeken
De economische crisis: probleem en oplossing

“We zitten in een crisissituatie.” Dat is de opvatting van regering, Tweede Kamer en vakbeweging. De schijnbaar logische vraag die hier uit voortvloeit is: hoe komen we eruit, welke maatregelen moeten er genomen worden. Andere vragen – hoe zijn we in deze situatie terechtgekomen en wat zijn er de kenmerken van – komen nauwelijks op. Crisis, malaise, het is geen buitengewoon verschijnsel in deze maatschappij. Het is ook niet typisch Nederlands, maar internationaal. Vandaar dat de tweede regering Balkenende zegt dat de oplossing niet in Nederland ligt. De gehele wereld zit in een malaiseperiode. Eigenlijk stelt Balkenende slechts de vraag: hoe komen we het best de gegeven situatie door.

De malaiseperioden in het kapitalisme hebben de vorm van een overproductiecrisis. Er is meer geproduceerd dan door de koopkrachtige vraag afgenomen kan worden. In de voorafgaande periode van economische opgang hebben de kapitalisten meer nieuwe bedrijven gesticht dan de gestegen vraag vereiste en meer geïnvesteerd om hun productie te verhogen. Als gevolg daarvan zal door middel van een crisis overtollig kapitaal vernietigd worden, tenzij de vraag kunstmatig verhoogd wordt, bijvoorbeeld door de verstrekking van persoonlijke leningen aan consumenten.

Geen hout

Bezuinigingen en loonmatiging zullen de vraag niet vergroten maar verkleinen. Bovendien zullen de investeringen die de kapitalisten volgens Balkenende gaan doen, de malaise niet verminderen, maar de overproductie juist vergroten. Daarom richt Balkenende zich op de export. Loonmatiging tast de koopkracht aan, maar de export van waren is afhankelijk van buitenlandse en niet van Nederlandse koopkracht. Het feit echter dat de crisis internationaal is, betekent ten eerste dat de buitenlandse koopkracht daalt en ten tweede dat de bedrijven in het buitenland dezelfde problemen kennen als de binnenlandse. Dat zal via de internationale concurrentie de Nederlandse export beïnvloeden.

De regering tracht de taakuitoefening van de vakbeweging, de verdediging van de belangen van de arbeidersklasse, zeer zeker te remmen. Ze probeert de vakbeweging medeverantwoordelijk te maken voor de kapitalistische ontwikkeling. Bijna doorlopend eisen de opeenvolgende regeringen dat de vakbeweging zich matigt in haar looneisen. Helaas is de vakbeweging daartoe vaak bereid, al stelt ze daartegenover eisen op het gebied van de sociale zekerheid, zoals nu ten aanzien van de WAO.

Ook het argument dat de loonmatiging de werkgever in staat stelt te investeren, snijdt geen hout. Investeringen betekenen nieuwe banen, volgens Balkenende. Als deze investeringen gebruikt worden om de productie te vergroten, schept dat inderdaad nieuwe banen in die bedrijven waar in geïnvesteerd wordt. Maar de vergrote productie moet verkocht worden. Als de loonsom in Nederland, of in het buitenland, niet stijgt, dan leidt een hogere productie tot nog meer overproductie.

De investeringen kunnen wel gebruikt worden om het vaste kapitaal te vergroten. Dat wil zeggen: goedkoper produceren, met minder arbeiders. Dus een hogere arbeidsproductiviteit en dat betekent een verkleining van de loonsom en dus een geringere koopkracht.

Geen oplossing

Wat is overproductie? Niet een grotere productie dan verkocht kan worden, maar “de onmogelijkheid de waren te verkopen tegen prijzen die de gemiddelde winst waarborgen”[1]. Helpt het dan als de lonen zouden stijgen? Neen, dat is niet voldoende, want de waren moeten verkocht worden “tegen prijzen die de gemiddelde winst waarborgen” en als de lonen stijgen dan gaat dit ten koste van de winst.

De oplossing van het vraagstuk van de crisis ligt niet in het mogelijk maken van de verkoop van de waren. De crisis zelf is de oplossing. Door het failliet gaan van ondernemers die te weinig winst maken, zal de overproductie verminderen. Deze ontwaarding van het kapitaal, tijdens de crisis en door middel van de crisis, met al zijn gevolgen, is het pijnlijke geneesmiddel van het kapitalisme tegen zijn eigen expansiedrift.

De arbeiders zullen in de crises hun positie moeten verdedigen en eisen dat hun lonen niet dalen en de uitkeringen op peil blijven. Laat de overtollige kapitalisten maar failliet gaan, want zij zijn de oorzaak. Balkenende echter, accepteert deze gevolgen niet. Hij wil de kapitalisten redden en de arbeiders laten betalen. Maar daarmee lost hij het vraagstuk van de crisis niet op.

_______________
[1] Ernest Mandel, De Crisis 1974-1983. De feiten, hun marxistische interpretatie. Antwerpen 1983, p. 244.