V.I. Lenin
Wat te doen?


Slotwoord

De geschiedenis van de Russische sociaaldemocratie is ten duidelijkste in drie perioden gescheiden.

De eerste periode omvat om en bij de tien jaar, ongeveer de jaren 1884-1894. Dit was de periode van het ontstaan en het versterken van de theorie en het programma van de sociaaldemocratie Het aantal aanhangers van de nieuwe richting in Rusland kon op de vingers worden geteld. De sociaaldemocratie bestond zonder arbeidersbeweging en doorliep als politieke partij het proces van haar embryonale ontwikkeling.

De tweede periode omvat drie tot vier jaar, de jaren 1894-1898. De sociaaldemocratie komt voor het voetlicht als sociale beweging, als opstandige beweging van de volksmassa’s, als politieke partij. Dat is de leeftijd van de kinder- en jongelingsjaren. Met de snelheid van een epidemie verbreidt zich de algemene geestdrift van de intellectuelen voor de strijd tegen de richting van de narodnjki, voor het werken onder de arbeiders, alsmede de algemene geestdrift van de arbeiders voor stakingen. De beweging heeft een geweldig succes. De meerderheid van de leiders zijn zeer jonge mensen, die nog op geen stukken na het “vijf-en-dertigste levensjaar” hebben bereikt, dat de heer N. Michaïlovski een soort natuurlijke leeftijdsgrens toescheen. Wegens hun jeugd blijken zij voor de praktische arbeid niet voldoende geschoold en verlaten zij weer met ontzettende snelheid het toneel. Maar het elan van hun werk was meestal zeer groot. Velen hunner begonnen revolutionair te denken als aanhangers van de partij van de “Volkswil”. Bijna allen koesterden in hun vroege jeugd een grote verering voor de helden van de terreur. Het afstand doen van de betoverende indruk van deze heroïsche traditie kostte strijd, die begeleid werd door de breuk met mensen, die tegen elke prijs aan de partij van de “Volkswil” trouw wilden blijven en die door de jonge sociaaldemocraten zeer hoog geschat werden. De strijd dwong tot studie, tot het lezen van illegale werken van alle richtingen, om zich ijverig bezig te houden met de vraagstukken van het legale narodnikisme. De in deze strijd opgevoede sociaaldemocraten traden in de arbeidersbeweging, zonder “ook maar voor een ogenblik” de theorie van het marxisme, die zijn helder licht over hen uitstraalde, of de taak van het omverwerpen van het absolutisme te vergeten. De stichting van de partij in de lente van 1898 was de meest opvallende en tegelijkertijd de laatste daad van de sociaaldemocratie van deze periode.

De derde periode werd, zoals wij hebben gezien, in het jaar 1897 voorbereid en lost in het jaar 1898 (1898-?) de tweede periode voorgoed af. Dit is de periode van de verwarring, het verval, de weifelingen. In de jongelingsjaren heeft bij de mens de stemwisseling plaats. Ook de stem van de Russische sociaaldemocratie van deze periode begon te wisselen, vals te klinken, — enerzijds in de werken van de heren Stroeve en Prokopovitsj, Boelgakov en Berdjajev, anderzijds bij W.Ivansjin en R M., bij Kritsjevski en Martynov. Maar slechts de leiders waren verbrokkeld en gingen achteruit: de beweging zelf bleef groeien en ging met geweldige stappen vooruit. De proletarische strijd maakte zich van nieuwe lagen van de arbeiders meester en breidde zich over geheel Rusland uit, terwijl hij tegelijkertijd indirect ook op de verlevendiging van de democratische geest onder de studenten en in andere lagen van de bevolking invloed uitoefende. Maar het besef van de leiders capituleerde voor de omvang en de macht van de elementaire opleving; onder de sociaaldemocraten overheerste reeds een andere laag, de laag van leiders, die bijna alleen uit de “legale” marxistische literatuur hadden geput, maar dit was des te minder toereikend, hoe meer besef de elementaire beweging van de massa’s van hen eiste. De leiders bleken niet slechts theoretisch (“vrijheid van kritiek”) en praktisch (“handwerkersgedoe”) bij de massa’s ten achter te zijn gebleven, maar zij poogden ook hun achterlijkheid met allerlei hoogdravende argumenten te verdedigen. Het sociaaldemocratisme werd zowel door de Brentano-aanhangers van de legale als ook door de chwostisten van de illegale literatuur tot trade-unionisme gedegradeerd. Het programma van het “Credo” begon verwezenlijkt te worden, in het bijzonder toen “het handwerkersgedoe” van de sociaaldemocraten een verlevendiging van de revolutionaire, niet-sociaaldemocratische richtingen veroorzaakte.

En wanneer nu de lezer mij verwijt, dat ik mij te overvloedig met de één of andere “Rabotsjeje Djelo” heb bezig gehouden, dan antwoord ik hierop: De “Rabotsjeje Djelo” heeft een “historische” betekenis gekregen, omdat zij de “geest” van deze derde periode het meest plastisch tot uitdrukking heeft gebracht.[1] Niet de consequente R.M., maar juist de grillige Kritsjevski’s en Martynov’s konden de verwarring en de weifelingen, de bereidwilligheid tot tegemoetkomingen aan de “kritiek”, zowel als aan het “economisme” en het terrorisme zo bijzonder goed tot uitdrukking brengen. Niet de verheven minachting voor de praktijk bij de één of andere vereerder van het “absolute”, maar juist de vereniging van het benepen opgaan in de praktijk met de volledige theoretische zorgeloosheid is voor dit tijdvak karakteristiek. De helden dezer periode hielden zich niet zozeer bezig met het rechtstreekse afwijzen van de “grote leuzen”, als wel met de vervlakking daarvan: het wetenschappelijke socialisme hield op een gesloten revolutionaire theorie te zijn en werd tot een mengelmoes, waar naar vrije keuze verdunningen uit elk nieuw Duits leerboek werden bijgevoegd; de leuze van de “klassenstrijd” gaf niet de stoot tot steeds bredere en energieke actie, maar diende als kalmerend middel, omdat immers “de economische strijd onafscheidelijk met de politieke strijd verbonden is”; de idee van de partij diende niet als aansporing tot het stichten van een strijdorganisatie van revolutionairen, maar zij rechtvaardigde een soort “revolutionair bureaucratisme” en een kinderachtig spelen met “democratische” vormen.

Wanneer de derde periode ten einde zal zijn en de vierde periode zal beginnen (waarvan zich in ieder geval reeds vele tekenen voordoen), dat weten wij niet. Uit het gebied van de geschiedenis geraken wij hier op het gebied van het heden, ten dele van de toekomst. Maar wij hebben de vaste overtuiging, dat de vierde periode tot versterking van het strijdbare marxisme zal leiden, dat de Russische sociaaldemocratie versterkt en volwassen uit de crisis te voorschijn zal komen en dat de achterhoede van de opportunisten door de ware voorhoede van de meest revolutionaire klasse zal worden “afgelost”.

In de zin van een oproep tot deze “aflossing” en al het boven gezegde samenvattend, kunnen wij op de vraag: wat te doen? het korte antwoord geven: de derde periode liquideren.

_______________
[1] Ik zou met het Duitse spreekwoord kunnen antwoorden: Den Sack schlägt man, den Esel meint man (men slaat de zak en bedoelt de ezel.), of in het Russisch: men slaat de kat en geeft daarmee zijn schoondochter een waarschuwing. Niet alleen de “Rabotsjeje Djelo”, maar ook de brede massa van de practici en de theoretici werd van geestdrift voor de tot mode geworden “kritiek” vervuld, raakte verward in de kwestie van de elementaire beweging, kwam van de sociaaldemocratische bij de trade-unionistische opvatting van onze politieke en organisatorische taak terecht. – Noot van Lenin