Karel Heirbaut

Ik wens een vakbond met één hart



Geschreven: 1985
Bron: Ik wens een vakbond met één hart, uitgave van het: Cultureel Front Vlaanderen en de Volkstoneelgroep Barst
Deze versie: spelling en aanpassen van enkele woorden, volkse taal en schrijfwijze van namen is behouden
Transcriptie/HTML: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive, december 2007


Ook nog: Jan Cap: In naam van mijn klasse - Het levensverhaal van een veldwerker


De zwarte ring

Zoals gewoonlijk de laatste werkdag van het oude jaar bezoeken vele zaatmannen enkele cafés te Temse. Ze hebben er behoefte aan eens gezellig te praten onder elkaar. Zo komt Sjarel [Sjarel = Karel Heirbaut zelf] terecht in het café bij ‘Pepermans’. Het zit er stampvol. Rudy, een jonge vent met zwart krulhaar komt binnen, schuift onmiddellijk bij rond zijn tafeltje en beiden belanden in een diepgaand gesprek. Rudy is nu hoofddélégué van het rode syndicaat op de Boelwerf, heeft José De Staele opgevolgd, die vermoeid is van de vele jaren syndicale strijd op de scheepswerf. Hij heeft de vlag overgegeven aan de jongeren!

Rudy woont in het kleine Scheldedorp Steendorp (Temse), hij spreekt met vuur over zijn socialisten, de eenvoudige mensen, die werken in de nog resterende steenbakkerijen, die draaien op een zeer laag pitje. Vele dorpelingen trekken dan ook op naar Antwerpen, de havenstad, om daar hun boterham te verdienen. Op de kleine binnenscheepswerven is het zeker niet zonnig: weinig werk of geen! De mensen uit de streek werken vooral op de twee grote scheepswerven langs de Schelde, ofwel bij Cockerill Yards te Hoboken (Antwerpen), ofwel op de Boelwerf te Temse in het Waasland. In de Scheldedorpen zijn dan ook lange rijen werklozen.

Met liefde spreekt Rudy die avond over zijn klein volkshuis, over de harmonie waarin hij de trommelaars les geeft, over de turnkring en natuurlijk over zijn partij, over dochterke Anastasia en vrouw. Wanneer Jan Cap, de hoofddélégué van de katholieke, de groene vakbond binnenkomt, met een ploeg scheepsbouwers, verhoogt de stemming in ’t café. Het gesprek loopt van zwart over grijs naar lichte, helle kleuren. Jan Cap is overtuigd: ‘Het jaar 1981 wordt een zwaar jaar! De inleveringsdans is ingezet door regering en patronaat, ze draaien op volle toeren, de werkers zullen de crisis betalen, terwijl de rijken hun zakken vullen!’ Rond de toog en de tafels knikken de mannen bevestigend. Jan moet nooit naar zijn woorden zoeken. Hij is het vertrouwde beeld bij de zaatmannen, krijgt bij iedere sociale verkiezingen op de scheepswerf een groot aantal voorkeurstemmen, zowel van rode als groene gesyndikeerde scheepsbouwers.

Eerst is Jan als délégué begonnen met Kamiel Verhaege als hoofddélégué van het ABVV, in een periode dat sommige militanten, hetzij rood of groen, elkaar konden verslinden met haar en huid! Jan en Kamiel hebben gewerkt aan een samenwerkingsbrug. Kamiel ging met pensioen en José De Staele, de lasser en volkszanger, stapte nu op met Jan Cap. Ze vormden een ideale tandem van vriend- en kameraadschap. Zij trachtten elk onderscheid tussen kleurensyndicaten weg te werken, organiseerden een reeks algemene vergaderingen voor de scheepsbouwers, om de gemeenschappelijke problemen te bespreken. José heeft iets te vroeg afgehaakt, ’t werd hem te zwaar!

Nu staat Jan Cap daar met de jonge Rudy Van Vlierberghe, tussen beiden klikt het goed, blijkbaar hebben ze elkaar gevonden. Het is geen verhouding leraar-leerling, maar Jan heeft ervaring en gezag bij de militanten en scheepsbouwers, dat wel! Wanneer de cafébaas nieuwe pintjes laat aanrukken, zet Jan ’n stap vooruit: ‘Rudy, ik kan me van de indruk niet ontdoen, wij zullen elkaar moeten vasthouden!!! Het zal niet alleen de regering en het patronaat zijn dat toeslaat, maar pas vooral op voor die vakbondsmannen uit Brussel en Antwerpen. Wees er van overtuigd dat ze niet graag zien dat we samen aan één koord trekken! Ze zijn het niet vergeten, hoe we samen Intergarde, de privépolitie van de scheepswerf hebben verjaagd. Eén jaar later, in 1977, de lock-out: de baas zette ons toen met 2000 man op straat; we hadden het productieproces totaal ontregeld! Savijs heeft toen gezworen de syndicale macht te breken, de Boelbaas heeft ons, elf syndicale délégués, voor de rechtbank van Dendermonde gesleurd, omdat wij ons hadden verzet tegen de onderaannemer Electro power, die zes kuisvrouwen bracht op 6 fr. onder de gangbare lonen van de scheepswerf!’ Jan Cap lacht: ‘ Rudy! Kom, mannen, we zullen ons vel duur verkopen!’ Niets anders dan lachende gezichten rond Jan. Zij zullen zich niet laten doen!

Boelbaas Savijs zetelt in de kille mastodont villa. Achter hem staat een totaal onbekende met bokkepoten en verbrande huid. Brave Neelen, de rechterhand van mijnheer Savijs, draagt vandaag ’n vlassenbaard; de productiejager, Luiten, flikflooit met madam Savijs, in de volksmond ‘snijboontje’. Ze is verslingerd op stripverhalen, en leest nu ‘Nero op zoek achter een wasmand’. Mijnheer Savijs opent de informele vergadering: ‘Heren, hoewel het jaarlijkse carnaval in aantocht is, heeft het noodlot het anders gewild. Een grote leemte..., het dodelijk ongeval van Dom Jan Damme met zijn sportvliegtuig is een streep door onze rekening! Hij zou er in geslaagd zijn de ‘Standaard’ en ‘Het Nieuwsblad’ volledig naar onze hand te zetten! Ik ben zo vrij mijn nieuwe raadgever, Satani, voor te stellen.’ Satani is niet meer dan een tipgever! De schim treedt naar voor en een onuitstaanbare geur vult nu de ballroom! ‘Heren, het wordt hoog tijd dat ge uw achterstand inhaalt, neem voorsprong! Carnaval vieren is wel interessant, doch de inleveringssfeer aanmoedigen is doeltreffender! Wanneer gaat de Boeldirectie de ballast overboord werpen? Waarom worden er geen arbeiders en bedienden afgedankt! Dat brengt alleen maar voordeel op! Ge zult zien dat dit een plotselinge verandering zal meebrengen. In de Scheldevallei zullen angst en schrik wolken drijven en eens dit klimaat geschapen, zal de productie de hoogte in springen! Boelbazen, met deze afdanking kunt gij de regering chanteren. Japan blijft de grote slokkop, neemt 50 % van de wereldproductie voor zich; overal rijzen nieuwe scheepswerven uit de grond, terwijl deze van West-Europa moeten vechten om boven water te blijven... Heren, als raadgever zeg ik u wanneer gaat gij hier op de Boelwerf het onkruid uitrukken met alle wortels, die krachtmeeting met de syndicale militanten kan niet uitgesteld worden! Het klimaat is vrij gunstig, wij hebben ’n grote troef in onze handen, in de regering nestelt de rode pianist, Willy Klaas als minister van economische zaken. Deze sukkel beweert een recept te hebben om de crisis op te lossen, door 10 % van het loon in te leveren, alleen de actieve fabriekskernen moeten behouden blijven... Heren, waarop wachten jullie! De industriële kasteelheren krijgen geschenken op de rug van magere mensen zonder centen!’

Boelbaas Savijs springt recht, omhelst Satani sensueel! ‘Heren, ons uur is nabij! Brave Neelen streelt zijn vlassenbaard van vreugde, madam snijboontje kijkt spinnijdig naar hare Flip : ‘Ik wil dit jaar carnaval vieren! Hoe kan ik anders in contact komen met het gesukkel uit de vallei, wat Satani vertelt is oud vuil!’ De productiejager Luiten ziet Neelen in het midden van de ballroom staan: ‘Mijnheer Savijs, brave Neelen, Satani vergeet één ding: die syndicale militanten zijn geen snotapen! Wij hebben gezworen ze te vervolgen in alle mogelijke gerechtszalen van het land maar als directie moeten we onze aanklachten beter leren formuleren tot ze waterdicht zijn!’

Savijs sluit de samenkomst af: ‘Heren, morgen 10 januari 1981 zal de radio om het uur ons nieuw aanvalsplan meedelen, 10 % mensen moeten ingeleverd worden, de regering gechanteerd voor nieuwe opdrachten.’ Alles gebeurt zoals gepland en te voorzien is, wanneer machtigen toeslaan via radio en tv. Vrouwen stormen naar buiten alsof ze allemaal tegelijkertijd bij de bakker of de beenhouwer moeten zijn. Op de scheepswerf is de commentaar in de kleedkamer zeer levendig, de twee hoofddélégués moeten honderden vragen inkasseren. Het bombardement over de radio duurt twee dagen.

De zaatmannen blijven boos reageren op die aanval! ‘Die smeerlappen willen ons bang maken! Dat is hier een echt concentratiekamp, bij de minste verkeerde scheet zijn de meestergasten erbij om ons een kwartier loon af te trekken, ’n gehele dag kijken die rode overals op onze poten!!! Op de radioberichten antwoordt Jan Cap: ‘Volgens de afgesloten cao-Waasland tussen patroon en vakbond kan hij niemand afdanken, ofwel is dat akkoord een schotelvod!’

Daarover zijn alle zaatmannen het eens, de scheepswerf is nooit een koekjesfabriek geweest, maar nu loopt het de spuigaten uit. De vroegere personeelschef, Jean Bierbroek, dat was ’n mens, daarom werd hij na de staking van 1971 afgezet, de oorzaak van het conflict werd in zijn schoenen geschoven. Gelukkig was hij lid van de familie, of hij vloog met zijn klikken en klakken op straat. De Boeldirectie plaatste hem in Burcht om daar toe te kijken, hoe ze oude schepen tot schroot branden! Na zijn dood werd hetzelfde geflikt met zijn opvolger Collin, met hem kon je tot een vergelijk komen in de onderhandelingen mits argumenten; op de scheepswerf werd hij, tot op zekere hoogte, door de scheepsbouwers gewaardeerd maar ook Collin belandde op het schroot in Burcht!

De Boeldirectie wenst een harde koers te varen, ze hebben in het smalgangsken van de personeelsdienst iemand nodig met een harde vuist, een marionet die naar de pijpen danst van de Boelbazen. Hun ogen vallen op kolonel Uilbrechts. Na zijn aanstelling begint men in de personeelsdienst volop carrière te kweken: sociologen, psychologen, advocaten, coördinatoren, controleurs, enz... Zij moeten de bevelen verwerken en de verstandhouding met het personeel bevorderen! Wel een probleem vermits al die carrièremakers nooit een schip gezien hebben aan de binnenkant!

Kolonel Uilbrechts stuurt meestergasten en brigadiers naar het front, op de schepen en werkhuizen. Zij moeten de bevelen van de heren uit de glazenkast uitvoeren, carrièremakers, die in het gevlei van de bazen willen komen, zetten hier en daar zelfs wel een zwart bloemeken bij! De kolonel stelt twee personeelscoördinatoren aan, die binnen afzienbare tijd de job van de twee hoofddélégués kunnen overnemen. Wanneer Jan en Rudy met de problemen van de zaatmannen terecht komen op de personeelsdienst, zorgt de personeelschef er wel voor dat er nooit een oplossing komt. Wanneer de kolonel geen uitweg ziet, omdat het zwart op wit staat in akkoorden, laat hij de oplossing aanslepen tot vervelens toe. De twee hoofddélégués zijn verplicht tegen de mannen te zeggen: ‘Het is niet opgelost! Hij zal het onderzoeken!’ Wanneer dit regelmatig gebeurt, komt natuurlijk de reactie: ‘Wat loopt ge hier te doen als délégué!’ Jan Cap zegt daarop zelfzeker: ‘De bom zal wel eens ontploffen! Laat ze maar doen!’

Ondertussen moeten de hoofddélégués hun beste beentjes voorzetten om de drie plaatselijke vakbondssecretarissen op te stellen tegenover het aanvalsplan van de Boeldirectie. Het kost liters water en bloed vooraleer zij het standpunt van de syndicale delegatie bijtreden. Zoals de gewoonte is, zal de algemene vergadering van de scheepsbouwers over het actieplan beslissen... Vandaag is de sfeer in de zaal bijzonder gespannen: 2580 werkers voelen immers dat er afdankingen in de lucht hangen! Jan Cap brengt het actieplan naar voor: ‘Kameraden, om de directie te laten zien dat we het menen wanneer we zeggen de beschikbare arbeid te verdelen onder elkaar, zullen we voortaan alle vrijdagen een dag staken. Zo is het dan onnodig dat afdankingen worden doorgevoerd. Indien de directie dit toch zou doen, dan gaan we over tot actie vooraleer de namen van de afgedankten bekend zijn, anders komt er verdeeldheid in ons midden. Wij hebben besloten geen loon in te leveren, omdat wij dat geld nodig hebben om te winkelen, terwijl de Boelbazen erin zwemmen! Kameraden, zoals gewoonlijk, de ‘open micro’ wacht op u!’

Naast Jan en Rudy zitten de drie vakbonders, Groene van den Bussen met zijn zware klokstem, dicht bij hem blauwe Kasiers en rode Strooibants, die zich bekeerd heeft tot het strijdsyndicalisme en soms rode barikado genoemd wordt. De drie syndicale vakbondsleiders hebben gesproken in de richting van Jan Cap. De zaatmannen keuren het actieplan goed met 83 %. Het zit er in geklopt met de mannen. ‘De Boelbaas Savijs veegt zijn voeten aan de overeenkomst van cao die werkzekerheid inhoudt. Het is een aanval van het metaalbazensyndicaat ‘Fabrimetal’ tegenover de syndicale macht der scheepsbouwers. Mijnheer Savijs is een vieze jongen die misbruik maakt van zijn voorzitterszetel in Fabrimetal!’ Deze gedachten zitten diep in de hoofden!

In de Scheldevallei is de spanning ondraaglijk, de mensen worden ongenadig door elkaar geslingerd. Zal de regering een oplossing vinden? Zullen er bestellingen komen? Op de scheepswerf lopen zowel bedienden, meestergasten, brigadiers als arbeiders stijf van de schrik, in alle afdelingen zal het kaf van het koren worden gescheiden, 10 % zullen zonder pardon door de mazen van het net vallen, allen voelen zich bedreigd. Iedereen weet dat von Himler, de sociale bemiddelaar, op bezoek is. Wat spookt die uit in de glazenkast op de vijfe verdieping? Boelbaas Savijs blijft even kil: ‘Al keurt de regering het scheepsdossier goed, de afdankingen gaan door!’

’t Is vandaag 1 april 1981. De kaderleden houden een persconferentie in salon ‘Bogaert’ te Temse, met de zegen van de allerhoogste Boelbaas Flip en brave Neelen. Daar kan toch niets mislopen, alles is netjes geregeld met de kaderleden, die krokodillen op scheven poten! Madam Roddelkontje, schrijfster in het fabrieksblad de ‘Zaat’ zal het verslag neerpennen en haar pen natuurlijk regelmatig doppen in de inktpot van mijnheer Savijs. Op de perskonferentie is er weinig pers, wel een overvriendelijke baas en ook de twee Wase weekbladen die zich recht houden door reclame, namelijk ‘De Voorpost’ en ‘Het Vrije Waasland’, zij leggen nu graag hun oren wijd open!

Alcapone, de voorzitter van de kaderleden, spreekt zonder schaamtegevoel: ‘Heren, wanneer wij onze scheepswerf kunnen redden door 3 % loon in te leveren, wie zou dit durven weigeren, terwijl minister Klaas, de rode pianist, propaganda maakt om 10 % loon in te leveren? Als kaderleden verdienen we 80.000 fr of soms meer per maand, zonder natuurlijk te spreken van onze cumuls, als lesgeven in de patronale seminaries, verzekeringsagent of boekhouder spelen in het zwart. Onze soort, dit mag gezegd worden onder vrienden, vangt vis op vele putten! 3 % inleveren is geen speld van ons mouw en willen wij onze scheepswerf niet kelderen, dan zijn de geplande afdankingen noodzakelijk. Ik hoop, wanneer ik zó spreek, op een wederdienst van mijn patroon... Heren, laat ons het voorbeeld geven!’

De sfeer op de scheepswerf is verpest! Alle dagen nemen de spanningen toe. Na de dagploeg controleren de délégués het schip ‘Coral Temse’ om eventueel overwerk te verhinderen, zoals is beslist op de algemene vergadering. Na de controle verlaten de militanten het schip en door een onbekende oorzaak valt de elektriciteit uit. Vanuit een schuilhoek volgt de productiejager de verrichtingen, hij ontvangt plots een geheimzinnig telefoontje: ‘Mijnheer Luiten, er is sabotage gepleegd op het schip met bouwnummer 1505!’ Luiten vliegt met een helikopter zonder schroef, die nog niet ingeleverd is, naar het politiebureau. Hij formuleert een zeer ‘gegronde’ aanklacht tegen twee leden van de ondernemingsraad. Deze worden onmiddellijk ontboden op het politiekantoor voor een verhoor. Zoiets is wel goed om de soep te doen overkoken. Madam Roddelkontje doet er een schepje bij in de ‘Zaat’, schrijft over een sabotagedaad en geeft de militanten een veeg uit de pan. Zij pent natuurlijk geen woord over de klacht van Luiten bij de politie!

Op 17 maart 1981 organiseren de arbeidersafgevaardigden een aanval naar de directie toe! ‘Heren, in de ‘Zaat’ staan bewuste leugens geschreven, dit kunnen we niet aanvaarden, want dit fabrieksblad komt in 3.000 gezinnen. De productiechef beweert dat hij niets heeft gezien! Waarom heeft hij dan een klacht neergelegd tegen ons! Deze moet onmiddellijk worden ingetrokken! Wij eisen een rechtzetting in het fabrieksblad.’ Vader Neelen, de voorzitter van de raad, denkt na. ‘Hoe moet ik nu schipperen! Ik kan toch Luiten niet in zijn hemd zetten! Er is een afspraak tussen ons: het minste vergrijp moet doorgegeven worden aan politie of rijkswacht!’ Het is de productieleider zelf die, met zijn gladde tong, brave Neelen uit zijn moeilijkheden helpt. ‘Voorzitter, ik heb de leden van de raad niet beschuldigd, ze zijn alleen opgeroepen om het onderzoek te bevorderen!’ Daarop reageert Albert, rood tot in zijn nek: ‘Mijnheer Luiten, ik kan ook lezen wat in de ‘Zaat’ is geschreven, daarvoor moet ik geen bril dragen!’ Brave Neelen heft zedig de ogen ten hemel. ‘Heren, we zitten allemaal op dezelfde golflengte, de saboteurs moeten worden gestraft, deze klacht is overbodig, misschien mag deze wel worden ingetrokken!’ De Boelbazen hebben nu wel een blauwtje opgelopen. De zwarte schim Satani wacht buiten in de gang op Luiten, hij is zwart van gramschap. ‘Ha, productiejager, lomperik, waarom hebt gij die aanklacht ook maar neergelegd! Waarom geen slachtoffer gezocht uit de duizenden scheepsbouwers!’

Onaanvaardbaar

De personeelsdienst draait op volle toeren, de carrièremakers schrijven aangetekende brieven naar de zaatmannen thuis, op bevel van Kolonel Uilbrechts. Deze veertig aangetekende brieven veroorzaken pijnlijke en woeste reacties bij de lezers thuis.

- Frans Vlegers werkt onvoldoende, bovendien volgt hij de richtlijnen niet op van zijn onmiddellijke oversten; bij de volgende overtreding zullen we niet langer beroep doen op hem!

- Mijnheer De Vos, wij zullen niet meer dulden dat ge te laat komt op het werk... laatste verwittiging! enz...

De ontvangers van deze brieven lopen met hun armen in de lucht tot bij Jan en Rudy, die onmiddellijk deze praktijken veroordelen. De scheepsbouwers uit de afdeling aanbouw vooral eisen een algemene vergadering!

De stellingmaker, Patrick, neemt het woord voor de ‘open micro’, 2000 zaatbonkers luisteren gespannen: ‘Kameraden, ’t is al zeer erg wanneer ’n baas eigenhandig honderden mensen mag afdanken, terwijl er nergens werk te vinden is, wij hebben beslist daartegen te vechten. Vandaag stellen we vast dat de personeelschef aangetekende brieven naar huis stuurt! Besef elk welke drama’s zich afspelen in die gezinnen, op deze wijze jagen zij de mensen de schrik op het lijf, onvermijdelijk geraken zij in paniek!!! Dat gaat té ver! Hij wenst ons te raken tot in ons privéleven, tot achter onze stoof! Dit om de productie op te drijven!...’ Patrick ontvangt een geweldig applaus, hij heeft roos geschoten!

Sjarel, de blonde man, neemt nu het woord. ‘Kameraden, de Kolonel wil ons controleren tot in ons bed! Als mensen kunnen we zó iets niet dulden! Waarom trekken we niet naar de personeelsdienst, de konijnenstal moet daar dringend uitgemest worden, laat ons de strafdossiers door de ramen smijten!...’ In de zaal is een lichte vertwijfeling, de syndicale délégués aarzelen nog meer. Groene van den Bussen zwijgt, rode Strooibants is muisstil, van achter de ‘open micro’ komt een aarzelende oproep voor een mars naar de personeelsdienst, de afdankingssfeer over de scheepswerf verlamt velen, slechts 500 zaatmannen stappen mee op!

Wanneer de personeelschef op de trappen voor zijn heiligdom verschijnt, roepen de betogers op de eerste rij: ‘Sieg Heil! Sieg Heil! Gestapo!’ Wies, ’n kapper van beroep, door allen gekend, vliegt als een katapult naar de personeelschef: ‘Smeerlap, waarom stuurt gij die brieven naar mijn vrouw? Gij weet goed genoeg dat ik niet kan lezen of schrijven, gij wilt ruzie stoken in mijn kot, klootzak!’ Wies is zo wit als een lijk. Sjarel stapt in de richting van de kolonel, die gestapo, en kijkt hem diep in de ogen: ‘Nietsnut! Weerloze mensen de schrik op het lijf jagen, dat is gemakkelijk!’ Onweerstaanbaar zoeken de handen van Sjarel een weg naar de plastron van de personeelschef. Een paar snokken net zoals aan een klokzeel en de brievenschrijver daalt automatisch een paar trappen naar beneden en vlucht dan als een hazewind de konijnengang in. De drie vakbondsproceduredansers loeren als verschrikte katten van achter de koffieautomaat, ze wensen in geen geval hun handen te verbranden! De syndicale délégués doen geen oproep om de strafdossiers door de ramen te zwieren, te weinig scheepsbouwers doen mee aan de actie!

’s Anderendaags moet Sjarel naar de personeelschef komen, alleman op de werf is er rotsvast van overtuigd. ‘Nu is hij afgedankt!’ Sjarel komt binnen in het bureel van de personeelschef, rode Strooibants is daar ook aanwezig. De kolonel is precies een standbeeld achter zijn bureau, voor hem ligt een groene map, in ’t midden een wit papier en daarnaast een pen: ‘Gij zult dit tekenen, gij hebt op mij geweld gepleegd, mijn hemd is gescheurd, indien ge niet tekent, laat ik je vervolgen!’ Sjarel beziet hem en daarna de pen. ‘Ik heb geen geweld gepleegd, maar gij wel, op weerloze mensen!’ Beiden blijven op hun standpunt staan. De kolonel heeft blijkbaar tijd maar weldra zal zijn uur definitief slaan!

Alle werkers in het land volgen met een zwaar gemoed de radio en tv-berichten. Op 2 april valt minister Martens V onder het bankierskruis, zijn regering wordt opgerold, hij loopt met gezwollen knieën rond! De geldhandelaars goochelen vlug wat uit de oude hoed, ’n nieuwe opvolger, het CVP-wonderkind Markus Eyskens, is hij soms niet de zoon van vader Gaston, die in de geschiedenisboeken zal worden bezongen als de grote weldoener van bankiers en patronaat?! Door deze regeringsval verkeren de socialisten 24 uren in paniekstemming, hoelang moeten zij met hun blote kont op de ijzige straatstenen blijven zitten? Goddank geven de bankiers vlug hun zegen, tot grote vreugde van minister der werklozen De Wolf. Hij mag zich opnieuw nestelen in de nog warme ministerszetel. De Wolf is een werklozenhater, daarom laat hij op 24/12/80 een koninklijk besluit goedkeuren. ‘Ik verklaar de oorlog aan de langdurige werklozen en aan de schoolverlaters die voortaan 150 dagen moeten wachten vooraleer ze één frank werklozensteun trekken! Vooral de inkomens van alleenstaanden zal ik verminderen. De jacht op de werklozen is volledig open, ook buiten het jachtseizoen! De vakbondpottekijkers worden uit de werklozensanctiecommissie gezet!’ Natuurlijk wordt dit alles niet in dank afgenomen door de rode nationale vakbond, doch zij voelen de grond van onder hun voeten wegzakken. Want de groene nationale vakbonder Jef Houtenhuis zingt een ander lied: ‘Ja, maar! Neen, maar! Ja... liever praten met de bazen dan te klagen!’ In een verdeeld huis, met gesloten deuren voor elkaar, is het nooit plezant om wonen!

De vooravond!

Ondertussen gaat het leven verder. Von Himler, samen met de Boelbazen en de vakbonders doen wel degelijk werk op de Boelwerf. Zonder medeweten van de scheepsbouwers is er bijna een akkoord, goed voor een inlevering van 140 miljoen. Groene van den Bussen is het verst gevorderd in de inleveringsstatistieken, hij volgt een snelcursus bij de oude missiepaters. Von Himler, de sociale onderhandelaar, marchandeert over het aantal afdankingen, de Boelbazen zijn bereid om deze te halveren. Zij wensen de namen van de afgedankten mee te delen. ‘Neen! Neen!’, roepen de verschrikte vakbondsleiders! ‘Dat niet!’ De schim Satani is gelukkig: ‘Mijnheer Savijs is ’n man met haar op zijn tanden en gaat door met de afdankingen!’

De syndicale délégués kunnen hun oren niet geloven, wanneer de syndicale drieling de stakingsvooropzeg neerlegt bij brave Neelen in aanwezigheid van Savijs! Het schuim staat op hun tanden. Wij hebben toch een alternatief plan, één dag per week staken! ‘Jan Cap weet waar het paard staat gebonden. Wanneer de scheepsbouwers actie voeren op het bedrijf, kunnen zij die zelf controleren. Eens in staking zitten ze thuis of in den hof, totaal geïsoleerd! Dan komen de provinciale of nationale proceduredansers op de scène, de grootmeesters in manipulatietechnieken, zij wachten op het gepaste ogenblik om de staking neer te slaan!’ De kloof tussen de syndicale délégués en de drie beroepsvakbonders is zeer diep, de gemeenschappelijke militantengroep zal deze overbruggen! De knelpunten worden diezelfde avond bij hoogdringendheid besproken, het debat tussen de militanten is hard en vinnig. De vergadering is uiteindelijk toch akkoord met de stakingsvooropzeg, omdat ze oordelen dat de staking onafwendbaar is. Het standpunt tegenover de geplande afdankingen is duidelijk! Morgenvroeg zullen de scheepsbouwers op de Boelwerf beslissen of de staking een feit zal zijn! Op vrijdag 10 april wordt de staking uitgeroepen, vijf dagen later vallen de 128 afdankingsbrieven in verschillende bussen, waaronder acht onbeschermde syndicale militanten!

De staking begint

Jan Cap en Rudy roepen ’s anderendaags onmiddellijk de militanten samen, voor het oprichten van het stakerscomité! Jan als hoofddélégué met de meeste ervaring neemt de leiding van de vergadering: ‘Kameraden, de strijd zal hard worden, dus iedereen moet zijn verantwoordelijkheid opnemen. We spelen tegenover een agressief patronaat, dat tot het uiterste zal gaan. Daarom zullen we alle dagen piketten vormen aan de poort, alle dagen vergadert het stakerscomité! Elke week organiseren we een stakersvergadering in de hof van café ‘Het Volk’ onder de eikenboom. Daar hebben we vroeger nog gestaan in de tijd van de lock-out. ‘Het stakerscomité wordt open gezet voor alle zaatmannen, ik denk dat niemand daar iets tegen heeft!! De vakbondssecretarissen zullen een keer per week naar hier komen, om de stakersvergadering voor te bereiden! Dit is zowat de normale werking bij iedere staking! Zijn er soms opmerkingen??? Op wat Jan voorstelt is weinig reactie! Zelfs de zwijgende militanten weten dat ze mee zullen moeten marcheren!

Op het einde van de vergadering neemt Sjarel het woord: ‘Kameraden, er is nu een noodzakelijk stakerscomité, ik wens dat de staking wordt geleid door nuchtere mensen! Ik zal nooit dulden dat hier op de vergadering iemand binnenkomt, die te diep in het glas heeft gekeken! Ik zeg dit zonder iemand te viseren!’ Vele boze ogen kijken in de richting van Sjarel!

De eikenboom in de hof van ‘Het Volk’ verwelkomt alle stakers onder haar wippende takken. Hij voelt tot in de uiteinden van de wortels, dat er hier iets zeer belangrijks gaat gebeuren. De stakers staan daar met verbeten gezichten, de afdankingen slikken ze doodeenvoudig niet! Strooibants, de rode, komt naar de micro: ‘Kameraden, ik stel voor dat we allen naar de villa van Savijs trekken. Waarom danken wij hem niet af? Wij gaan hem zijn dopbrief dragen!...’ De stem door de micro veroorzaakt aarzeling, gedeeltelijke vertwijfeling, zelfs ongeloof bij de toehoorders. ‘Dat kan toch niet! ’n baas afdanken!!! Wie zal dat doen? Ik niet! Durft gij dat?’ Wel veel vragen op deze uitdaging. Gilbert, één van de afgedankten, roept: ‘Waarom moeten we bang zijn, wanneer iedereen meedoet. Kunt ge soms niet werken zonder ’n baas?’

Ook al neemt groene Van den Bussen de leiding van de mars naar de witte, kille villa, toch blijven velen aarzelen, als staan ze voor een tempel. ‘Ja, hier woont hij! Mogen we wel op die grasmat lopen? Dat is toch privéeigendom!’ ‘Neen,’ zegt Lowie, ‘ik ga niet mee op de hof. Als hij me ziet, word ik misschien ook afgedankt.’ Zacht achter hem klinkt een vrouwestem als zoete wijn; ze wenst de twijfels bij sommige mannen weg te nemen: ‘Vrienden, wie bang is, krijgt ook slagen! Waarom heeft hij het recht mensen af te danken? Omdat mijnheer baas is! Moet Savijs dan heerser blijven over de Scheldevallei? Wie heeft zijn rijkdom verdiend en samengebracht? Ga maar samen naar de villa, er zal niets gebeuren!’ Vijfhonderd man marcheren tot aan de villadeur. Opeens roept een opstandige stem: ‘Duw op de bel!’ Een verschrikte meid doet open. ‘Mijnheer Savijs is niet thuis, geloof me, ’t is echt waar!’ Rode Strooibants is vriendelijk en voornaam tegenover de bevende meid: ‘Ge moet genen bang hebben, meisken, ’t is uwen baas die we komen afdanken!’ ‘Ja, mijnheer, ik versta het wel, mijnen baas afdanken dat kan niet!’ Strooibants leest plechtig de afdankingsbrief voor, bestemd voor Flip Savijs. Een historische daad voor een bevende meid. De verwittigde tv-cameraploeg legt zuiver de beelden vast.

’s Avonds om kwart voor acht zitten de mensen in de Scheldedorpen te wachten voor de tv naar het nieuws. ‘Ze zullen het toch wel uitzenden, hé? Dat ze maar alles laten zien!... Want soms durven die mannen in Brussel wel knippen!’ Langzaam komen de stakers en de meid in beeld, rode Strooibants die de afdankingsbrief voorleest. De zaatmannen in de huiskamers kijken fier en trots naar hun vrouw en kinderen. ‘Dat hebben wij gedaan!’ Allen voor de tv hebben de lach der gelukzaligen. ‘Dat is toch schoon, hé!, ’n baas afdanken! Spijtig dat het niet waar is! Dat zou echt moeten zijn...

Ontembaar is de woedegolf!

De militanten hebben onofficiëel de opdracht gekregen, verf en spuitbussen op te kopen. Onder een stralende zon en bij heldere hemel starten auto’s volgeladen met kladschilders aan boord en bollen naar de vier windstreken van de gemeente Temse. ’t Is als een olievlek die uitvloeit over het dorp. Onmiddellijk verschijnen fijne en grove letters op de muren, reclameborden, buswachthuisjes enz... De slogans hebben een vrij eenvoudige inhoud, ze slaan nagels met koppen. ‘128 afdankingen, neen!’ ‘Savijs, loondief!’ Talrijke hakenkruisen versieren de naam van het Boels opperhoofd. Waarom zouden de stakers hun ongenoegen en haat niet meedelen aan de gemeenschap? ’t Is bovendien een goedkope methode. Want de Boelbaas is zeker niet vies om radio, tv en dagbladen in te schakelen om zijn waren te verkopen. Waarom zouden dan de stakers de straat niet gebruiken? De mensen kijken wel raar wanneer ge slogans schildert in open lucht en dit rond het middaguur! Hoe diep moet dan ook de wrok en de haat in deze brave mensen hun hart wortelen. Ook al doen de hakenkruisen bevreemdend aan, ze vloeien allemaal harmonisch uit de verfborstels. Bijzonder gaat de aandacht van de militanten naar de afsluiting bij de ingang van de scheepswerf. Deze is dicht bij de markt gelegen en Picasso’s leerlingen maken hier prachttekeningen: grafzerken, galgen met Savijs die aan de strop bengelt in de wind. De portier doet ondertussen zijn middagdutje!

Savijs wordt gealarmeerd door Satani: ‘Mijnheer, kijk eens door het raam, je aanbidders zijn op het oorlogspad!’ Hij rent naar het open villaraam! Neen, ’t is niet te geloven, overal slogans en hakenkruisen die hem bestormen. In één ruk rent hij naar de telefoon! ‘Hé, rijkswachters, hé, politie van Temse, daar lopen kladschilders rond in het dorp!’ Een verraste agent springt naar buiten, de niets vermoedende Albert Bogaert is juist een frisse slogan aan ’t schilderen juist vóór het politiebureau temidden van de straat. Dit onafgewerkt schilderwerk zal hem later 7000 fr. kosten. Satani spot en lacht met mijnheer Savijs: ‘Slaper, wie macht wil uitoefenen over mensen, zal dag en nacht wakker blijven!’ De Boelbaas is vernederd tot in het merg van het been, heel zijn politieke carrière ziet hij naar de maan vliegen, wie zal hem nog één stem geven bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen?

Brave Neelen komt uiteindelijk ook in beweging, telefoneert naar de procureur des roi: ‘Ja, mijnheer de procureur, dus Honoré, de portier heeft zogezegd de kladschilders aan het werk gezien en op heterdaad betrapt, ja, ik zal hem naar de rijkswacht sturen!!’ ‘Hallo, brave Neelen, zorg er nu voor dat uw aanklacht beter is geformuleerd dan vroeger tegenover elf syndicale délégués...’

In het fabrieksblad de ‘Zaat’ schrijft madam Roddelkontje: “t Is een echte schande dat de stakers in de gemeente zo een propaganda voeren tegen onze mijnheer Savijs. Waarom de persoon Savijs zo zwart verven, waarom gebruiken ze geen rode verf!’ Groene Van den Bussen komt zeer venijnig achter de micro op de stakersvergadering na de schilderpartij: ‘Ik, Robert Van den Bussen, distantieer mij van die hakenkruisen, dit doet me té veel denken aan den Dolf en de concentratiekampen in nazi-Duitsland!’ Sjarel schiet onmiddellijk naar de micro: ‘Groene Bombasto, die vlieger gaat hier niet op, gij zijt ’n solospeler, wat ge zegt is geen standpunt van het stakerscomité! Het is niet nodig dat ge platte broodjes bakt met Savijs! Ik heb alleen spijt dat alle verfwinkels waren uitverkocht in Temse!’

Het onmogelijke mogelijk maken!

De scheepswerf ligt reeds meer dan een maand stil. Alleen de bedienden werken. Waarom die voortdurende tweespalt? Jan en Rudy vormen een goede ploeg, het stakerscomité draait. Op alle samenkomsten waait een frisse wind van vriend- en kameraadschap, de beslissingen worden eenparig genomen, er is geen onderscheid tussen rode, groene of blauwe militanten, het samenspel tussen de drie plaatselijke vakbondssecretarissen is goed en de verschilpunten worden keihard en met open vizier uitgebokst. De twee hoofddélégués interviews aan pers, radio en tv, enkele militanten brengen Radio-Solidariteit in de ether.

Het is anders wel heel stil op het stakersfront. Waar zitten ze? Vele stakers zijn thuis, spitten de hof om, schilderen hun dakgoot enz... Werkwilligen zijn er nergens te bespeuren! Ook de BoeIdirectie is muisstil, ze zwijgt als vermoord: stilte voor de storm? Madam Roddelkontje steekt haar pen voordurend in Neelens inktpot en schrijft in de ‘Zaat’ voor duizenden gezinnen! ‘De scheepswerf kan een landurige staking niet overleven.’ Door tabellen in het fabrieksblad tracht zij te bewijzen hoeveel de stakers aan inkomen verliezen per week, maand, jaar! Zij besluit als aanmoediging: ‘De Boeldirectie zal haar standpunt nooit wijzigen in verband met de afdankingen!’

In het stakerscomité voelt iedereen aan dat de staking muurvast zit. Daar moet dringend wat gebeuren! Na een oplopende discussie slagen de militanten erin de syndicale drieling te overtuigen dat de provinciale en nationale syndicale beroepspraters een 24-urenstaking en -betoging zullen organiseren in het Waasland voor alle metaalbewerkers. Wanneer Groene Van den Bussen dat voor het eerst hoort: ‘Dàt nooit, gij weet niet wat ge vraagt! De metaalbewerkers zullen nooit solidair zijn met u! Ik, Robert, vraag dat nooit!’ Maar het offensief in het stakerscomité blijft aanhouden, tot de drie syndicale musketiers door de benen gaan.

De waarheid heeft ook zijn rechten, de tegenreactie van Groene Robert is zo maar niet uit de hemel gevallen. Hij weet zeer goed wat er is gebeurd, toen de cao van het Waasland voor de metaal werd besproken op een gemeenschappelijke militantenvergadering in het Gildenhuis. De clausule tewerkstelling stond in het ontwerpakkoord. Daar pint de Boelstaking zich nu op vast. José De Staele en Jan Cap hebben alles gedaan om de aanwezigen te manipuleren, al hun welsprekendheid in de schaal geworpen, om die bewuste cao te verwerpen. Zij pleitten voor een loonsverhoging. In tegenstelling met arbeiders uit de kleine metaalwerkhuizen, die kozen voor werkzekerheid! Voor de stemming van de cao, verlieten José en Jan demonstratief de zaal, gevolgd door de syndicale délégués, die wisten van een mogelijke interventie, de militanten van de Boelwerf volgden schoorvoetend om de interne solidariteit niet te verbreken. De bewuste cao werd goedgekeurd met een overgrote meerderheid. Enkele dagen later zouden de arbeiders van de scheepswerf die verwerpen! Dit alles heeft Van den Bussen dikwijls onder de neus gelegd van de twee hoofddélégués. Het is door die grote tegenstelling tussen de groten en de kleinen in de metaal, dat de syndicale drieling er niet in gelooft de solidariteit te kunnen bewerken. Wie zal nu in de bres springen voor de scheepsbouwers van de Boelwerf? Uiteindelijk zijn de plaatselijke vakbondstoppers op stap gegaan, naar de verschillende fabrieken, hebben de werkers toegesproken, hen de noodzaak van de solidariteit laten inzien, de patronale aanval duidelijk in de verf gezet, hen soms gesmeekt en hun geloof en doorzetting is uiteindelijk beloond.

Op 22 mei stappen 3000 metaalbewerkers op in de betoging te Sint-Niklaas, de metaalstaking in het Waasland is algemeen; de zaatmannen van Cockerill Yards te Hoboken zijn met een grote delegatie aanwezig. Groene Van den Bussen is gelukkig wanneer hij zijn groene vlaggen kan tellen, rode Strooibants telt de zijne, de blauwen hebben niet veel te noteren. Op deze solidariteitsbetoging spreken de nationale vakbondstoppers, groene Philipsen is proper geschoren en gewassen, ’n intellectueel die juist uit ’n confectiewinkel is gestapt, ’n beer op sokken met fijne manieren, die met gevaarlijk zuivere taal spreekt, vandaag komt die de stakers wat siroop aan de baard smeren!

Na hem spreekt zijn tegenvoeter rode John van Eynde van de metaalbond van Antwerpen. De John is op zijn minst een rare vogel in het syndicale wereldje, hij is begonnen als syndicale délégué bij de scheepsherstellers, rukte vanop de grond op naar de job van vakbondssecretaris en is nu provinciale secretaris. Hij is conservatief maar wel combattief, ’n bureaucraat van 18 karaat, die toch niet bang is om militanten op te zoeken. De John heeft een verschrikkelijke ziekte: hij is verslingerd op senatorszetels en de revolutionairen van Amada kan hij met haar en huid opeten zonder zijn tanden te poetsen.

Hij zal vandaag de betogers toespreken, van op het balkon van het groene vakbondsgebouw: ‘Kameraden, de John heeft altijd gelijk! Mijnheer Savijs is nu voorzitter van Fabrimetal, hij maakt misbruik van zijn macht! Ook hij moet de overeenkomsten naleven, zoals iedereen...! Hij staat niet boven de wet. Hij mag de cao van het Waasland niet naast zich neerleggen! Kameraden de John heeft altijd gelijk!... Wat hier gebeurt, is geen zaak van de Boelwerf alleen, maar een regelrechte aanval van het patronaat!!! En in het bijzonder van de metaalbazen, waarvan Savijs voorzitter is! Dàt zegt de John! Neen! Neen! Niet met mij, hé, mijnheer Savijs!’

Zij komen uit hun schelp!

Het is alsof de betoging te Sint-Niklaas vonken heeft los geslagen. Zoete wijn heeft besloten in deze staking niet langer onder bloempot te blijven zitten, zij brengt honderd vrouwen samen, die beslissen een bezoek te brengen aan de heerser van de Scheldevallei! ’s Anderdaagsavonds loopt Marleen de trommelaarster op kop van de betoging, de vrouwen van de stakers dragen spandoeken met liefdesverklaringen aan het adres van de scheepsbaron, de trommelslagen hebben result, onderweg vliegen de deuren open, sommige vrouwen sluiten aan, anderen supporteren, enkelen slaan hun deur dicht van woede!

Weldra staat de groep voor de witte, kille villa, Marleen beoefent blijkbaar de deugd van het geduld niet, ze duwt op de belknop! Zij roept: ‘Komt er nog wat van... 1, 2, 3, 4...’ Alle vrouwen beginnen mee te scanderen. Madam snijboontje verschijnt op het toneel met een zuur pruimemondje dat beeft! ‘Madam, ge moet niet bang worden, dit zijn allemaal supporters van de afgedankten, zeg tegen uw vent dat hij al mag stoppen met de staking, wij zijn dat zo beu als koude pap!’

Marleen kijkt naar haar reactie. Ondertussen wippen enkele vrouwen ongevraagd de villa binnen, in hun kielzog is ’n fotograaf mee! In de ballroom zweeft schichtig de schim Satani door de ruimte. Plots verschijnt Savijs met keizerlijke stap maar zonder kroon voor de vrouwen. Wanneer hij de fotograaf ontdekt wordt zijn gezicht groen, rood, huilt en tiert hij: ‘Buiten! buiten!...’ Hij smijt met volle krachtsontplooiing de deur toe!

Zoete wijn en Suzy bonken op de deur, opnieuw komt het industriëel paar in de deuropening, nu schijnbaar beheerst, zonder paniek in hun benen. Snijboontje begint te koketteren in receptiestijl zonder wijn. ‘Ha, madam, dit is een misverstand, neen mijn bedgenoot heeft uw man niet afgedankt, dit is ongetwijfeld de schuld van zijn meestergast, misschien heeft hij een verkeerde beoordeling gemaakt!! Neen, madam, mijn echtgenoot heeft daar absoluut geen tijd voor! Dat begrijpt ge wel, hé, dames!’ Sommigen beginnen al te knikken met hun kop. Zoete wijn ontdekt het gevaar! ‘Madam Snijboon, gij zijt een komediante, huichelaarster, ge moet dat varken niet in het schoon stro leggen!’

Wat is er op til? Savijs heeft de videocameraman ontdekt: ‘Ha, gij filmt hier alles, dat is huisvredebreuk. Geef mij die videocassette! Of ik roep de rijkswacht!’ De cameraman filmt rustig door. ’t Is de kans van zijn leven. Savijs trekt en sleurt aan de microdraad! Bijna automatisch sluiten de vrouwen ’n kring rond de scheepsbaron. Vier engeltjes springen op Savijs’ rug, niet om hem te liefkozen, te kittelen of te kussen! Hij, de grote der aarde, verliest alle controle over zichzelf. Onze aristocraat smijt het masker volledig af.

Het straatvechtersbloed stroomt in Savijs naar boven. Hij huilt naar de stakers op de achtergrond: ‘Paljassen, klootzakken, die staking mag voor mij nog maanden duren!’ Hij trekt en sleurt om zich te bevrijden van de engelen op zijn rug, roept naar de vrouwen: ‘Gij hebt geen kloten en de mijn kunt ge kussen!’ Betty hangt nog op de Boelbaas, lacht triomfantelijk! ‘Smeerlap, wat gij ook doet, onze mannen zullen toch niet binnen kruipen voor u! Hier twee hemdsknopen van u, ’n schone souvenier voor mij!’ Madam Snijboontje verliest ook haar receptierol in al dat geharrewar: ‘Foert! foert! foert! Wij hebben u niet nodig! Gij moet uit onze handen leven en eten!!’ Zoete wijn replikeert: ‘Geen van ons wil ruilen met u!’ Op deze wijze hebben de stakers zich spectaculair aangemeld in deze staking!

De tempel der democratie!

Maanden sleept de staking zich verder, stilaan komt de solidariteit in beweging, zowel in Vlaanderen als in Wallonië. Het spreekt tot de verbeelding. Voor ‘128’ afgedankte kameraden staken velen in deze crisisperiode, terwijl vele anderen hun eigen vel willen redden! De syndicale drieling is akkoord de benzine te betalen aan de leden van het stakerscomité, die door Vlaanderen bollen om de staking te populariseren aan en in de fabrieken. Stilaan verwachten de stakers waarneembare resultaten. Groene Van den Bussen heeft er voor gezorgd, dat Smet, volksvertegenwoordigster van de katholieken uit Lokeren, minister De Wolf zal interpelleren in het parlement grote vreugde van de militanten!

De studiereis naar het parlement is van uitzonderlijk belang en betekenis. Een bezoek brengen aan de tempel van de democratie! Spijtig is dat het stakerscomité onmiddellijk vaststelt dat moeder-democratie op speelreis is! Bij de ingang van de praatbarak staan rijkswachters die denken dat alle stakers zijn geladen met bommen, dus volgt een volledige controle. Op de volksgalerij moogt ge niet spreken, noch lachen of wuiven naar ’n gekende volksverleider uit uw streek. Schrijven en fotograferen is totaal verboden. Na ’n tijd is het wel duidelijk, vooraleer naar het toilet te gaan, steek dan maar beter hoog genoeg uw vinger in de lucht, om alle verrassingen te vermijden en de vele wakende militairen gunstig te stemmen!

Jan Cap en Sjarel kijken naar beneden in de fameuze praatkuil, ze bezien elkaar! Wat is dat, achter de hoge voorzitterszetel hangt een zware spreuk uit vervlogen tijden. ‘Union fait la force’ ‘Eendracht maakt macht!’ Is het daarom dat onze politieke waterhoofden, België ’n voorschoot groot, in drie ongelijke delen kappen? Geen problemen echter, vandaag is er een belangrijke stemming in het voordeel van de patroons. Het Maribelplan wordt goedgekeurd, door christen- en sociaaldemocraten, dit betekent 34 miljard geschenken aan bankiers en bazen, terwijl de werkers en mensen zonder werk 17 miljard moeten inleveren, de waterdragers voor de geldzakken kunnen met fierheid neerkijken op hun geleverde arbeid! Het stakerscomité volgt de stemming, ziet hoe de partijen zitten en stemmen in blok, elkaar chanteren en vooral lullen in blok, liefst van al blijven ze afwezig in blok!

Wanneer Miet Smet haar interpellatie begint, vluchten alle volksvertegenwoordigers weg, ondanks dat er geen bomalarm is gemeld! Geel Mietje spreekt dan maar voor de lege banken. Minister De Wolf luistert verveeld naar het sprookje van roodkapje en de wolf! Ons Mietje hanteert ’n parlementaire stijl, zacht, oppervlakkig, dubbelzinnig en vooral troebel. Eerlijk gezegd, het is niet eenvoudig oude kost uit de frigo terug op te warmen. Het parlementair wederwoord van de minister is verbluffend: ‘Ge ziet, hé, geel Mietje, alle parlementairen lopen weg wanneer ge begint. Wie is hier nog? Allemaal lege banken! Ene van de Volksunie en ’n communist! Miet, als een mei-socialist met een blauwe kont, zeg ik u, de cao van het Waasland is zoals de meeste overeenkomsten, niet waterdicht, het is zoals de deuren van een cowboybar, die open en toe slaan. Gelukkig, Miet, anders is het plezier van het interpelleren eraf! Mietje, ik heb de Boelbaas zeven ministeriële vragen gesteld, acht keren heeft hij, neen! geantwoord! Ik kan het hem toch niet alle dagen vragen! Dag, Miet!’

Jef Sleeckx, de volksvertegenwoordiger uit Mol, staat bij de uitgang van het parlement, zoals altijd: ‘Sjarel, kan ik iets doen voor de stakers van de Boelwerf?’ ‘Jef, ik heb horen zeggen in de parlementaire wandelgangen, dat de Boelbazen de scheep zullen sluiten?’ ‘Wacht ’n ogenblik ik zal eens tot bij minister De Wolf lopen!!!’ Na tien minuten is Jef terug. Inderdaad de minister heeft dit bevestigd, Savijs zal de scheepswerf sluiten voor minstens twee maand! Wat een studiereis!

De schrikbom springt in scherven!

Voor het stakerscomité is de schrikbom moeilijk te verwerken! Wat nu? Wat zullen ze morgen aan de stakers vertellen op vergadering? Ook zij hebben ’n fijne neus en scherpe oren.

Honderd vragen vallen voor de voeten van Jan Cap en Rudy! ‘Is dat nu bangmakerij? Of zal hij werkelijk de scheepswerf sluiten?’ Bovendien beginnen de mannen te morren over het stakersgeld dat onvoldoende is. ‘Wij moeten met ongelijke pens vechten tegen de bazen.’

Het stakerscomité krijgt er noch kop noch staart aan, alles is zo verward in de hoofden, niemand heeft een duidelijke tegenzet, ten overstaan van de patronale tactiek. Groene Van den Bussen heeft er ook moeilijkheden mee: ‘Ik kan best begrijpen dat de Boeldirectie de scheepswerf zou sluiten, daar zijn 2000 scheepsbouwers in staking, maar er werken 500 bedienden, die praktisch niet kunnen werken, hij moet deze betalen, dit is een onhoudbare situatie!’ Jan Cap reageert snel: ‘Dan is het juist het moment om met de staking door te gaan!’ Eén na één verlaten de militanten de vergadering, er is geen antwoord op de patronale aanval. Morgenvroeg zal groene Robert het woord nemen. Hoe zullen de stakers dit nieuws verwerken?

Honderden stakers wachten voor de ingang van de vergaderzaal. Sjarel loopt tussen de mannen en luistert hoe zij de tegenzet van Savijs verwerken. Groene Van den Bussen komt naar Sjarel: ‘Wat zeggen ze?’ ‘Robert, ga gerust naar de micro, de zaatmannen redeneren gezond. Die zot wil ons bang maken, maar het zal tegen zijn kloten zijn.’ Jan Cap heeft ook de polsslag van de kameraden gevoeld, trekt met een gerust gemoed naar binnen, hij weet hoe de kaarten liggen! ’t Is nu aan Robert om katoen te geven, zijn bombastische stem klinkt in de zaal: ‘Vrienden, mijnheer Savijs wil ons bang maken, wij trappen niet in de val van de directie!’ Roberts zelfzekerheid neemt toe, en hij dondert erop los: ‘Vrienden, de Boeldirectie wil ons op de knieën krijgen!... Wij mogen niet toegeven aan die chantage. Wat zullen uw délégués nog te vertellen hebben, wanneer gij capituleert!! Ik zeg, de staking is niet dood, ze leeft!!! Zij gaat niet dood!! Wij blijven achter onze délégués staan, wij aanvaarden die chantage niet. Savijs zal de scheepswerf niet sluiten! De staking leeft, leeft! De ‘128’ afgedankte vrienden moeten terug op de werf...’ ’t Is alsof de zaal danst van geestdrift op haar fundering, het applaus is niet te stuiten, Robert is ontroerd en diep bewogen, de leden van het stakerscomité wensen hem proficiat!

De stilte keert terug in de zaal, wie stapt er nu naar de micro? Het is Zoete wijn, ja, iedere stakersvergadering staat open voor mensen van goede wil, normaal nemen alleen de stakers het woord! Toch spreekt ze, zacht en doordringend: ‘Beste stakers, wij vrouwen hebben beslist de staking te ondersteunen, maandagmorgen bakken we pannekoeken voor al degenen die naar het stakerspiket komen!’ De zaal valt open van het lachen, de eenvoudige woorden hebben diep ingewerkt.

De Boeldirectie heeft ook haar contactmannen naar de stakersvergadering gestuurd. Erna volgt de beraadslaging. Savijs, Neelen, en de productiejager slaan de handen in elkaar. Nu met open vizier het gevecht aangaan zonder harnas! De schim Satani, zo zwart als het roet van de schouw, bezingt en prijst de hardvochtigheid van de Boelbazen. De titel van de ‘Zaat’ is overduidelijk:

‘Iedere dag wordt gij verwacht

Ieder bedrijf moet zijn eigen oorlog winnen, als directie volgen wij de politiek van de EEG en van onze minister van economische zaken! Wij willen en kunnen er niet aan denken de afdankingen in te trekken. Wij laten ons niets opdringen door een harde syndicale militantenkern. De situatie zit muurvast, de zwijgende meerderheid die thuis zit moet aan bod komen. De poort van de scheepswerf zal maandag 15 juni wijd open staan. Gij die de staking beu zijt, gij hebt de kans om te werken!!!’, getekend de Boeldirectie (Zaat nr 165). Wanneer Satani dit leest, geeft hij nog een laatste richtlijn: ‘Waarom nodigt gij, de directie, klandestien ergens ten velde, de nationale vakbondstoppers niet uit voor een etentje?’

Dit ‘Zaat’ nummer is door vele vrouwen en mannen gelezen van achter naar voor, het wordt een spannend vervolgverhaal. Madam Roddelkontje is nu mee in de aanval met als reuze titel:

‘Arbeiders zijn wel bereid tot werken en niet tot vechten!

’t Is waar, de arbeiders zijn niet aan het werk gegaan. Dat is de schuld van de militanten, die als knokploeg optreden. Waarom vallen de stakers langs Radio-Solidariteit de weerloze Boeldirectie aan, en vooral ons fabrieksblad de ‘Zaat’ moet het ontgelden, de directie mag toch schrijven wat ze wil in haar eigen blad. De vakantie staat nu voor de deur, ondertussen zal er wel meer veranderen...’ Uw lief Roddelkontje.

Bezoek aan mijnheer Markus!

Gewild of ongewild, rode Strooibants zeilt binnen op het einde van de vergadering van het stakerscomité. ‘Kameraden, deze namiddag om 16 uur verwacht de eerste minister Markus Eyskens ons te Brussel!’ Dit is voor de aanwezigen een totale verrassing. Wat heeft dat ventje te vertellen? ‘Wat mijn rode militanten betreft, zullen degenen meegaan die hun mond durven opendoen; Sjarel, ik reken erop dat ge mee gaat!’ ‘Dank u barikado, met veel genoegen!’ Sommige militanten kijken maar sip. Alle Belgen kennen langs het tv-scherm het klassieke ontvangstkamerken van de eerste minister, op de schouw een paar schone antieke vazen, in het midden een klok die waarschijnlijk niet meer tikt. Boven een lange ovaalvormige tafel, ’n zware luchter met veel lampjes, die volgens het energiebesparingsplan der regering niet mogen branden!

Sjarel verschiet zich bijna ’n bult, daar zit in hoogsteigen persoon Groene Gerard Eiremans, de nationale syndicale baas van de katholieke metaalbewerkers, hoe is het mogelijk! Ja, bomen komen elkaar niet tegen maar mensen wel! Groene Gerard wordt rood tot achter de oren, wanneer hij Sjarel ziet, die hij jaren terug, heeft afgezet als groene délégué, in 1975, en nu meekomt met een rode delegatie. In de wereld zijn er grote en kleine wonderen aan de lopende band. Natuurlijk kan Sjarel moeilijk de nationale groene syndicale koordendanser ’n pol geven, gij hebt me niet alleen buiten gesmeten als lid van de vakbond, maar meteen geworpen in de patronale leeuwenkuil!

Gelukkig arriveert Markus Eyskens, een klein ventje van gestalte, de lieveling van de bankiers. Achter hem pikkelt minister der werklozen De Wolf, beide ministers delen zeer slappe pollekes uit en nemen plaats aan de ovale tafel. Gerard Eiremans, de fijnaard, zit rechtover Markus, op korte afstand, ’t is voor hem een strategische plaats om het gesprek te beheersen! Groene Gerard heeft de eer om te beginnen, lonkt nog eens venijnig naar Strooibants! Wat hij vertelt, heeft niets om het lijf, ’n kakofonie die ge kunt kopen op de vlooienmarkt!

‘Mijnheer de minister, als proceduredanser, heb ik altijd geloofd in de goede bedoelingen van de patroons. Spijtig dat mijnheer Savijs een aantal regeringsakkoorden niet toepast, zo begint mijn geloof te wankelen...’ Mijnheer Eyskens kijkt verveeld rond. Rode Strooibants lacht Gerard toe. Hij zit uitstekend op de punt van de ovale tafel, straks kan de pingpong match beginnen! ‘Premier, ik ben barikado van de orde vakbond, mijn syndicale baas John van Eynde is op studiereis naar Amerika, met ’n délégué van Bell telefoon! Amerika is een schoon land maar het is ver! Ik heb hier een ploeg potstampers meegebracht, uit het Scheldedal, allen verse stakers, bekijk ze maar eens stuk voor stuk!’ Groene Gerard is protocollair geaffronteerd: ‘Strooibants, gij zult hier het gras niet van onder mijn voeten wegmaaien! Mijnheer de minister luister naar de stakers!’ Onze Markus is nu wel verplicht om in te grijpen: ‘Luister eens Eiremans, u kan ik alle dagen zien of telefoneren, ik zou deze echte mannen eens willen horen, laat de klokjes van de stakers eens tikken!’ ‘Dank u, minister Markus, om te beginnen stel ik u voor, Rudy onze troubadour uit Steendorp, hij is spelend lid van de harmonie, kent de achtergronden van de staking.’ Ondertussen is Gerard volledig van tafel gespeeld. ‘Premier, ik denk dat het nu tijd is u één van de ‘128’ afgedankten voor te stellen. Vooraleer Sjarel het woord neemt, beziet hij de nationale groene van kop tot teen, schudt meelijdend het hoofd: ‘Ja, Gerard, ik kan best begrijpen dat gij u niet goed voelt wanneer mensen spreken, ’t is hier niet de plaats om oude koeien uit de gracht te halen! Mijnheer Markus ik ben afgedankt, dit is zeker niet aangenaam, wetende dat we met duizenden scheepsbouwers de familie Boel schatrijk hebben gemaakt, onze krachten hebben gegeven, onze gezondheid, dit mogen we als grote mensen onder elkaar eens zeggen!... Nu gebruikt hij de afgedankten zoals gijzelaars, om u en de regering te chanteren. Hij bepaalt de koers, eist bestellingen en goedkoop geld, terwijl de zaatmannen harder moeten werken, voor minder centen!’ Jan Cap die in zijn leven nog nooit zolang heeft gezwegen, pikt aan: ‘Eerste minister, wanneer zult gij de scheepsbarons eens harde voorwaarden opleggen. Wie regeert hier in België?’ Eiremans kan alleen nog het pingpongballeke volgen over de ovale tafel. Naast hem zit de groene Van den Bussen te blazen als ’n kater. Het ministerken zucht: ‘Ik moet iets doen, ik zal iets doen, misschien laat ik twee schepen bouwen op de Boelwerf! Mogelijks zal ik het alarmplan voor de scheepsbouw verlengen!’ Rudy, de rode troubadour springt verontwaardigd in de dans: ‘Welke tegenprestatie moeten de Boelbazen geven?’ Sjarel pakt over: ‘Markus, daar moet ge toch gene slimme voor zijn, om dat niet te zien! Savijs zal er dubbel van profiteren, het geld en de bestellingen binnenrijven, de afdankingen doorvoeren!’ Opeens is er hemelse muziek hoorbaar in de ministeriële ontvangstzaal, alle lampjes in de grote luchter beginnen te branden, groene en gele engeltjes strelen Markus’ rug, de gunsteling van de geldverhandelaars is gevangen in een eerlijke bui! ‘Ja, heren, Markus heeft zijne kop in ’n wespennest gestoken, de eerste man van het land is onmachtig tegenover hem, ik beken dit eerlijk! De scheepsbarons verplichten mij niet alleen hun goedkoop geld te geven en te zorgen voor bestellingen, terwijl ik, de regering dit geld peperduur moeten betalen aan de bankiers, deze eisen liefst 14 % aan interest! Het drama is, waar moet ik dat geld halen? Uit een lege staatskas!!! Bovendien hebben ze nog het lef om ons de les te spellen!!! Indien iedereen in dit land dat zou beseffen! Wat dan?...’ In de ontvangstkamer voelt alleman aan de oren, of ze nog wel goed functioneren!

Gust krijgt liefdesbrieven!

Het bezoek aan mijnheer Markus is nog niet verwerkt of opnieuw is er wat te beleven! Savijs ligt te woelen en te wroeten in zijn bed zonder echtgenote, uit de kerktoren gonzen twaalf middernachtslagen. Satani staat aan het bedeinde: ‘Welterusten, lieverd, houden de Boelzangers u altijd nog wakker, hun lied ‘Hand in hand’ is voor u altijd een nachtmerrie geweest!... Ja, als gemeenteraadslid ben je aan het einde van je carrière, voor bankiers, patroons, politiekers zonder moraal heeft dit weliswaar niets te betekenen, die zullen u toch blijven vleien!

‘Doorluchtige heer Flup! Gij wenst de staking te breken, waarom neemt ge geen contact op met de rijkswacht, het verkeer regelen is maar een bij-job, wacht niet!! Doe het!!... Opperhoofd, mijn welgemeende gelukwensen, de personeelschef Uilbrechts verdient een pluim; ik, Satani, stel met genoegen vast, dat de kolonel regelmatig de krokodillen op scheve poten traint, zo worden ze een degelijke patronale knokploeg, naar het recept van de Franse patroons uit de automobielsector!

‘Mijnheer Savijs, ik begrijp niet, waarom gij geen toenadering zoekt met den Bert, de rode afvallige syndicale délégué, vroegere Boelzanger, koploper bij alle stakingen op de Boelwerf, die opeens door de knieën zakte voor zijn schoonmoeder, madam Terna! De meesteres van uw kuisvrouwen, dit was werkelijk fijn gezien! Waarom zoudt ge Terna niet vragen, haar schoonzoon te bewegen de leiding te nemen van de toekomstige werkwilligen. Het spreekwoord is overduidelijk, ‘van ’n wildstroper kunt ge ’n goeie boswachter maken’. Waarom smijt ge geen dertig zilverlingen te grabbel, ge zult zien dat doet nog altijd wonderen!... Lieverd, dit is maar een wenk!! Wel te rusten!!!’

Satani’s lach slingert rond Savijs’ bed. Hij ligt te baden in het zweet!

Na die woelige nacht, zoekt hij brave Neelen op. Zij besluiten! Wij doen het! ’s Anderendaags ontvangt burgemeester Gust Maes twee roze liefdesbrieven!

Liefste Gust, burgemeester van groot Temse!

Verontschuldig me, wanneer ik regelmatig ‘ons’ schrijf!... Wij hebben beiden onze macht te verdedigen. Maandag staan de stakers opnieuw voor onze poort. Onze mensen willen werken, niet vechten. Wij Boelbazen kiezen openlijk voor de werkwilligen, het is ons recht en onze plicht voor hen te zorgen! De ‘128’ afgedankten kunnen geen beroep doen op recht op arbeid, het is kreupelhout!!! Beste Gust, stuur ons tegen maandagmorgen, een paar honderd rijkswachters met het nodige materiaal om de straat op te kuisen. Telefoneer naar de minister van binnenlandse zaken; daarbij ge kent de binnenpost beter dan wij! Onze beste dank!’

Getekend: brave Neelen!

De tweede liefdesbrief zonder bloemen landt in het gemeentehuis!

‘Beste Gust, de stakers hebben beslist mijn grasmat voor mijn villa om te spitten! Daar is geen enkele spade nog te vinden in de winkels! Ik heb mijn vrienden, heren vakbonders, Eiremans en Van Eynde verwittigd, indien er iets gebeurt aan mijn grasmat, zal ik hen de rekening doorsturen. Beste Gust, denk eraan, u bent hoofd van de politie! Gij moet mijn familie en inboedel beschermen! Als straatvechter beschik ik maar over twee vuisten! In de nabije toekomst zorg ik wel voor mijn eigen bewaking maar mijn kaderleden moeten nog hard trainen. Beste Gust, ons uur is aangebroken. Wij mogen ons maandagmorgen niet verslapen... beste dank!’ Getekend met kille groetjes, Flup Savijs.

De kraaien zouden het uitbrengen. Jan Cap en Rudy Van Vlierberghe zijn langs onzichtbare draden ingelicht. Met veertig stakingsposters bestormen ze het gemeentehuis. De burgemeester heeft twee roze brieven laten pronken op het bureau, vlugge vingers namen die mee als bewijsmateriaal. Ondertussen schiet roze Freddy Willoxck, de volksvertegenwoordiger, in beweging. Hij bazuint overal uit: ‘Mijnheer Savijs heeft langs de burgemeester om 450 rijkswachters besteld in Brussel!’

Door de Scheldedorpen vliegt het nieuws! Ook al staken de mensen niet graag, ze doen het alleen uit noodzaak! Ze dulden geen vieze, laffe streken van de baas! Op maandagmorgen 22 juni 1981 plaatsen de stakers een levende muur op voor de twee ingangen van de scheepswerf, tientallen fabrieksdelegaties willen de confrontatie met de zwarte frakken en matrakken in geen geval missen! Zelfs de provinciale en nationale vakbondstoppers hebben hun telefoons in de steek gelaten! Ze blokkeren mee de scheepspoort met hun vakbondswagens. Brave Neelen en kolonel Uilbrechts kijken van op een veilige afstand toe, bij de ingang tegen het dorpscentrum. Het zware geschut is echter opgesteld aan de andere uitgang van de Cauwerbrug. Daar zal de rijkswacht een doorbraak forceren. De cabaretgroep ‘De Vieze Gasten’ zingen en spelen hun stakingsliederen. De stemming van de grote dagen is er! ‘Hand in hand, kameraden, geen woorden maar daden!’

Zoete Wijn roept en lacht: ‘Voor alle stakers, gratis wafels! Savijs kan op zijn kin kloppen!’ Ondanks de speciale sfeer stijgt de spanning bij de stakers. De productieleider staat ongeveer 200 meter verder aan de ingang van de werf, rondom hem ’n groep kaderleden die geen oog hebben voor de schone klaprozen in de tuin van Luiten! Alle aandacht gaat voorlopig naar Mijnheer Savijs in hun midden! Opeens roept madam Luiten: ‘Luc! Luc! telefoon! ’t is de volksvertegenwoordiger roze Willoxck, hij zit op hete kolen!!!’ ‘Hallo, ’t is hier met de productiejager van de Boelwerf! Wat??? Mag de rijkswacht niet optreden? Wie zegt dat?? ’t Is toch goed weer om met de matrakken te slaan!!! Ha, mijnheer de volksvertegenwoordiger is bang om stemmen te verliezen bij de volgende parlementsverkiezingen!!! Wacht vriendschap tot na de staking, zullen we elkaar eens spreken!’

Luiten fluistert het telefoongesprek in de niet te kleine oren van Flup, de Boelbaas: ‘Philip, het uur van de waarheid is aangebroken, gij zult nu uw kwaliteiten als straatvechter moeten demonstreren, laat nu zien aan geheel de wereld, hoe patroons in de crisis het harmonisch model verkopen!’ Weliswaar! Mijneer Savijs ziet bleek, in de broekspijpen bibberen de benen, hij bijt op nagels en vingers! Hij praat zich moed in, wendt zich naar de kaderleden: ‘Zij die gaan sterven, groeten u! Ik zal het stakerspiket onder de voet lopen! Allen zullen zien wie hier de baas is! Krokodillen op scheve poten volg mij! Loop niet te scheef!’ Savijs stapt voorwaarts met de kop in de lucht, zweeft met zijn gedachten naar de periode van keizer Caesar, zonder paarden of ezels. De krokodillen waggelen hem achterna. Eens de keizerlijke stoet komt op de hoogte van de stakers, waait het piket open als een levende muur en vormt een bedrieglijke erehaag, dat alle ogenblikken kan dicht klappen!

De drie syndicale musketiers, rode Strooibants, groene Van den Bussen, en blauwe Kasiers weten dat de rijkswacht niet zal ingrijpen. Jan Cap, Rudy Van Vlierberghe en José de Staele grinniken! ‘Hij is daar!!! de opgeblazen kikker! Die man heeft lef! Schijnbaar zelfzeker!!! Schijn bedriegt!’ Hier staan twee onverzoenbare kampen regelrecht tegenover elkaar! Daar is geen sprake van een harmonisch model tussen bazen en knechten, daar is geen verzoening mogelijk tussen water en vuur! Savijs doet de patronale aanval onder de blote hemel op de straatstenen, hij voelt de vijandige ogen rondom hem, die haten en verwensen hem, als provoceert hij de stakers, ze verroeren geen vin. ‘Door het stakerspiket komt hij niet!’ José de Staele komt in ’t midden van de weg, groot als een reus gaat hij naar de scheepsbaron, hij zingt uit volle overtuiging, met kracht, en de schone stem mist haar uitwerking niet! Alle scheepsbouwers worden meegesleept en zingen in koor! ‘Weg met de machten die verknechten, de arbeiders eisen hun rechten... Wij zijn voor de bevrijding van de mens, de arbeidersklasse zal daar voor vechten... De vrijheid is ons hoogste goed, daarin willen we leven, de macht die deze wet verkracht krijgt ons allen tegen!’ Met fierheid en tranen in de ogen applaudisseren de scheepsbouwers voor José. De patronale parade brokkelt af! Savijs met zijn scheve krokodillen druipen af met de staart tussen de benen, de stakers en hun supporters zijn gelukkig, al weten ze dat hij zal terugslaan!

Madam Roddelkontje klimt in haar pen, ze schrijft in de ‘Zaat’: ‘... begrijpe wie kan! Wie is er die dag niet komen opdagen om de weg open te maken voor Mijnheer Savijs? Dat was de rijkswacht! Terwijl ze genoeg prutsen bij hadden om de stakers van de straat te spuiten! Voor wat zijn die waterkannonnen daar? Wie heeft hen dat telefoontje gegeven? Waarom hebben zij de Boeldirectie in de steek gelaten? Is er dan niemand meer, die nog schepen wenst te bouwen voor de familie Boel en Co? Ik Roddelkontje protesteer met klem! Waarom hebben de stakersvrouwen voor mij geen pannenkoek willen bakken? Zij riepen naar mij: soort zoekt soort, ge hebt hier niets verloren!’

Het jaarlijks verlof staat voor de deur, in het Scheldedal achter vele gesloten deuren verlangen de mensen naar een oplossing. De Boelbazen willen van geen liefde weten. De staking duurt nu reeds 13 weken. Tweehonderd stakers marcheren op de trappen van het gemeentehuis te Temse. Deze avond zullen Rudy Van Vlierberghe en Paula Janssens een motie doen goedkeuren in de gemeenteraad. Zij willen dat de Boelstaking een einde neemt, dat de machtspolitiek van de scheepsbarons wordt veroordeeld. Zij roepen de hulp in van een machteloze regering! Natuurlijk heeft Paula het wel moeilijk met haar CVP-hartje, ’t is moeilijk ’n baas in het ongelijk te stellen. Savijs en Van Vlierberghe zetelen naast elkaar in de gemeenteraad, ze vertikken het in elkaars ogen te kijken. Burgemeester Gust wenst door dit Boelconflict geen stemmen te verliezen, de openbare opinie verplicht hem zachtjes te schipperen. Hij is poeslief tegenover de supporters van Rudy, die zich thuis voelen op de volksplaatsen! Voor alle zekerheid heeft Gust een paar politiemannen opgeroepen met de commissaris op kop!

Juist voor de stemming begint, schiet de arm van ons gemeenteraadslid Savijs de hoogte in: ‘Mijnheer de burgemeester, de man die hier fotografeert heeft die een perskaart? Ik ken hem! Overal waar ik verschijn fotografeert hij mij, ik wil dat niet meer!’ Gust richt zich naar Sjarel: ‘Wel?’ ‘Neen, mijnheer de burgemeester, ik heb geen perskaart, ik heb wel een dopkaart gekregen van hem!’ Applaus op de volksplaatsen, over de Boelbaas zijn toot komt een donkere wolk. De politiecommissaris met zijn schoothondjes verroeren geen vin, ge kunt nooit weten welk nummerken de stakers nog uit kunnen voeren.

De zachte motie tegenover de staking, wordt door 25 raadsleden goedgekeurd. Savijs stemt tegen, wat hebben de bazen toch een hard vel. Wanneer hij zegt neen blijft het neen! Is dat nu democratie of bestaat politieke en economische democratie alleen in de sprookjesboeken. Toch voelen de stakers zich na de stemming als de morele overwinnaars, hij heeft in het zand moeten bijten in het openbaar!

De laatste stakersvergadering voor het verlof

De fut is er blijkbaar uit, er is weinig volk aanwezig op de stakersvergadering, wat is er te vertellen? Wie zit daar in de zaal? Wat komt die hier doen? Waarom is de big boss, provinciale secretaris van metaal, John Van Eynde hier aanwezig? De open vraagtekens worden vlug opgelost. Ongevraagd stapt hij naar de ‘open micro’: ‘Kameraden, den Boerentoren staat nog altijd in Antwerpen.’ Den John heeft altijd gelijk, ze hebben die toren nog niet bezet of verplaatst. ‘Ik kom graag naar het Waasland, hier groeien wilde rapen. Ik weet het, ’t zijn koppigaards die mandenmakers van over het water! Hé, mannekes, hoelang duurt die staking hier al? Ik heb eens een staking geweten in Turnhout, die duurde meer dan een jaar!!! Ik zeg één jaar! Schep goeie moed, kameraden, ’t is uw staking, hé!

‘Den John heeft altijd gelijk, die staking hier dat is niet tegen Fabrimetal!! Neen!! Neen!! Gij maakt uzelf wat wijs, waar halen die mannen van Temse dat! Omdat Savijs daarvan toevallig voorzitter is! Neen! Neen! Den John zegt, dit is een Boelstaking zonder meer. Ik weet dat mijnheer Savijs gene gemakkelijke is, maar hij heeft ook de syndicale délégués die hij verdient, dat is ook waar!’

‘Hier zijn mannekes in ’t stakerscomité die mij, den John, syndicaal de les willen spellen! Ik zeg met geheel Antwerpen maar niet met mij! Ik zou in het begin van augustus een 24-uren staking moeten uitroepen in Antwerpen en Oost-Vlaanderen om hun solidariteit te betuigen, die staan daar allemaal niet te springen, hé! Dat gaat zo maar niet. Allé, den John wenst u allemaal een goeie vakantie!’ Gelukkig zijn er weinig stakers aanwezig of ze sleurden hem van het podium! Wat de rode John verklaarde is totaal in tegenstrijd met zijn uitspraken op de solidariteitsbetoging van 22 mei te Sint-Niklaas! Wat is er gebeurd achter de schermen? Die zuigt dat zó maar niet uit zijn duim!!!

Een olifant danst in een heksenketel!

Wat den John ook heeft gezegd, op 10 augustus staan 2000 syndicalisten van de metaal, zowel uit Antwerpen als Oost-Vlaanderen, in de Sporthal te Temse. De staking heeft zich 18 weken verder gesleept zonder een oplossing in het vooruitzicht! De burgerij grolt, de middenstanders beginnen te morren, in de stakersgezinnen vele lange gezichten en platte geldbeugels, een reeks onbetaalde rekeningen. Het ergste is wel dat de stakers noch de syndicale militanten weten wat de nationale vakbondsheren bedisselen achter hun rug. Zij voelen dat de nationale koorddansers de staking in de grond willen boren! Ze zwijgen als een graf over de brief, die is verstuurd in begin van juli, aan alle politieke en Antwerpse syndicale verantwoordelijken, dat de scheepswerf Cockerill Yards op de rand van het failliet staat! Grote paniek in de Hobokense rode familie (een fusiegemeente van Antwerpen). Hun bolwerk, hun jachtgebied om stemmen te verzamelen!! Rode senator Van Eynde ruikt het gevaar, de staking bij Boelwerf moet zo vlug mogelijk eindigen, de stakers dwarsbomen de herstructureringsplannen in de scheepsbouw, zonder daar zelf van bewust te zijn!

Bankiers, scheepsbarons, ministers en vakbondstoppers en de richtlijnen van de EEG, die zegt: ‘Eén van de twee scheepswerven moet verdwijnen in België; ofwel beide werven halveren wat betreft personeelsbezetting! De eis van de stakers om de afdankingen van de ‘128’ ongedaan te maken staat regelrecht tegenover de saneringsplannen!’ De twee hoofddélégués, Jan en Rudy, zijn op de hoogte van deze brief! Zij delen die echter niet mee in het stakerscomité, oordelen dat wat de stakers doen, gericht is tegen de plannen van de industriële maffia! Zij weten dat de Boelbazen de syndicale macht willen breken op de werf, daarom hun verbetenheid nu! ’t Is zeer moeilijk en gevaarlijk een nieuw element in het conflict te brengen. Bovendien is het nu niet het ogenblik om openlijk de nationale vakbondstoppers aan te vallen!

Rode John Van Eynde komt naar de ‘open micro’ in de sporthal. Radio, tv-ploeg, journalisten zijn klaar. Dirk van den Bogaert, van het dagblad ‘De Morgen’, wordt nog eens scheef bekeken vooraleer rode John begint. ‘Wat komt die krabbelaar hier weer doen!’ ... Hij geeft Rudy Van Vlierberghe eerst nog een veeg uit de pan voor het toegestane interview in Humo! ‘Kameraden, wat ik nu ga zeggen, zult gij niet graag horen! Dat is hier geen staking tegen Fabrimetal... Dat is een loutere Boelaangelegenheid!!’ Onmiddellijk roepen de stakers: ‘Ga maar terug naar Antwerpen! Wat gaat ge ons morgen wijsmaken! Windmolen!’ ‘Ik, den John, zeg u, dat is hier geen stakersvergadering maar ’n studiedag over de problemen over de scheepsbouw!!’ De sporthal snelt naar het kookpunt toe! De hitte is niet meer af te remmen! ‘Wanneer gij me niet laat uitspreken, zal ik met degenen die ik heb uitgenodigd de zaal verlaten!’ De uitdaging is olie op het vuur. John provoceert als ’n grootmeester, loopt rond op het podium, zoals ’n olifant in een porseleinwinkel, doet zijn vest uit, staat nu in hemdsmouwen met beide armen te zwieren, geeft een wenk aan de Antwerpse militanten om zich klaar te maken.

De scheepsbouwers van de Boelwerf reageren in koor tegen de rode manipulator. De sporthal is een heksenketel, waarin rode John de vedette is van de show. Groene en rode vlaggen zwaaien heen en weer. Langzaam schuiven de rode syndicale vlaggen naar buiten, volgen de leider in de roemloze aftocht. Spijtig, maar zij hebben het spel niet door, ook voor hen blijft de kern van de zaak verborgen. ’t Is wel een syndicaal drama! In zijn aftocht botst rode John op de journalist van ‘De Morgen’, hij barst bijna van woede: ‘Ha, de penneridder, die alle dagen naar het piket gaat, om te kunnen schrijven in het voordeel van de stakers, ik zal u wel vinden!!’ In gans de heksenketel is er één muisstil, de groene syndicale, provinciale Pol Molenslijk! Laat den John de kastanjes uit het vuur halen!

Mislukte prozaschrijver

Op de vijfde verdieping, hoog en droog in de glazenkast, zetelen de Boelbazen in hun bureel. Brave Neelen geeft het verslag over de gebeurtenissen in de sporthal: ‘Onze vriend, John, is wel iets té onstuimig geweest, ’t is anders wel een betrouwbare medewerker! De nationale, syndicale, groene Eiremans heeft me nogmaals beloofd de zaak Jan Cap te regelen na de staking, door eerst de stembanden van de Boelzanger door te knippen! Spijtig, mijnheer Van Eynde wenst voorlopig rode Strooibants niet ter beschikking te stellen van de syndicale tombola! Neelen is werkelijk niet te genieten. ‘Mijnheer Savijs, het is uw schuld dat Jan Cap hier nog rondloopt, gij hebt gecapituleerd! Wanneer de scheepsbouwers het schip de ‘Maaskant’ hadden geblokkeerd, riep jij: ‘Jan Cap, U bent ontslagen!!!’ Gelukkig springt madam Snijboontje tussen beiden, om hare woeste Savijs te kalmeren! “’t Is toch uw voorstel, brave Victor, om acht onbeschermde militanten af te danken! Ge ziet, het stakerscomité bijt zich daar nu aan vast!’ De productiejager kruipt stillekens uit zijn schelp: ‘Wanneer de scheepswerf Cockerill Yards verdwijnt, is er ’n grote concurrent uitgeschakeld, dan zal de Boelwerf zich toch kandidaat stellen, hé, mijnheer Savijs?’ ‘Luc, we moeten het vel van de beer niet verkopen vooraleer hij is geschoten!’

Madam Snijboontje schenkt voor allen slappe thee. Ze vraagt: ‘Wie heeft de ‘Zaat’ gelezen, nummer 170? Als ge het mij vraagt, een prachtnummer!’ De productiejager reageert: ‘Madam Snijboontje, lees het eens voor, ’t is een goeie training voor de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen, gij volgt toch uw bedgenoot op!’ Graag komt Snijboontje tegemoet aan dit verzoek!

Neem uw brood in vrijheid!

‘Deze man was het kotsbeu om naar de pijpen van de ± 100 heethoofden te dansen. Ze zijn bang slagen te krijgen, bang dat hun gezin of huis iets zal misdaan worden. Maar ook zij beseffen wel dat we vandaag dicht bij de afgrond staan. Men kan niet verder staken voor ‘128’ afgedankten, waarvan er reeds een deel aan het werk is of stempelt. Hoe pijnlijk afdankingen ook zijn, door de economische realiteit, moeten wij deze daarom allemaal ondergaan? Daarom dit artikel. Nu staat de poort nog altijd open om alle werkwillige arbeiders binnen te laten. Werken is mogelijk. De moeilijkste is wellicht ook de eerste keer, opkomen op uren dat het piket niet op post staat. Niets belet u om voorstellen te doen aan de personeelsdienst, die wellicht ook behulpzaam kan zijn. Het moet echter van u, werkwilligen, zelf komen. Men zal de kop moeten uitsteken, want het piket zal niet lijdzaam toezien. Laat iedereen doen waartoe hij in staat is, werken! Vrienden arbeiders! Waarom u nog verder laten beroven van brood en vrijheid, neem terug wat van u is, brood maar vooral uw vrijheid!’

Getekend uw personeelscoördinatoren!

Na de voorlezing bekijken de Boelbazen elkaar! De productiejager is woedend: ‘Ge kunt toch geen vliegen vangen met azijn! Moeten deze twee coördinatoren de twee syndicale hoofddélégués vervangen! Oei! Oei! Oei! Ik zou graag het volgend artikel eens willen beluisteren! Die schrijver was vroeger toch toezichter bij de schilders en verfspuiters, heeft die dan drie jaar zijn oren gestopt? Wacht ik telefoneer naar de personeelschef! Hallo! Hallo! Stuur direct de prozaschrijver, ik wil dat ander horen!! Ja! Ja!... de vroegere kladschilder!’

Een mager ventje met ’n hoge rug en platte kartonnen borst kruipt het bureel binnen door het sleutelgat, buigt en knikt alsof zijn leven ervan afhangt: ‘Heren, schiet niet op mij! ’t Is mijn eerste staking als krabbelaar! Ik heb dat als ingenieur nooit geleerd!’ De productiejagers zijn gewoon van meestergasten en chefs uit te kafferen. ‘Sukkel, wij roepen je niet om je te bewonderen, vooruit en lees!’ Het ventje buigt en stottert!

Als schapen naar de slachtbank!

‘Na ons artikel van vorige week ontvingen wij toch enkele reacties! Heel weinig echter! Is het dan toch zo dat de massa van de arbeiders zich gelukkig voelt met deze gang van zaken? Waar zijn eigenlijk de 2000 arbeiders van Boelwerf, niemand ziet hen, niemand krijgt hen in beweging.

Wanneer de vakbond oproept tot massaal piket, dan zijn er een paar honderd, doch de massa kijkt de kat uit de boom. Zullen ze ook toezien wanneer wij met zijn allen ten onder gaan of zullen zij pas dan moord en brand schreeuwen? (De personeelscoördinator strompelt over zijn eigen woorden) Men zegt soms, wie doet wat hij kan is een waardig man. Heeft men soms iets gedaan om zijn arbeid, zijn bestaansmiddel te redden? In elk geval is het voor iedereen, zowel voor de vakbond als voor de patroon als buitenstaanders onbegrijpelijk. Iedereen vraagt zich af, waar blijven ze? Hoe krijgen wij hen wakker? (brave Neelen dut even in)

En toch, bijna 100 % van alle arbeiders die wij ontmoeten verklaren dat zij het beu zijn te lijden onder de financiële last, te vrezen voor het bestaan van onze werf. Velen onder hen zeggen te beseffen dat zij gebruikt worden als kaatsbal of als inzet voor een gevaarlijk spel. Misschien is dat besef het begin van de ommekeer! (de prozaschrijver ziet het einde naderen). Wanneer het zover is, laat dan iets weten, doe iets...! Voor diegenen onder u die willen werken, staan we klaar. Bel ons! Schrijf zodat wij weten of wij ooit nog schepen zullen bouwen.

Getekend, uw personeelscoördinatoren! de ‘Zaat’ nr. 171

Heren van de directie, over dit artikel heb ik water en bloed gezweet, ’t is het onderste uit mijn hol vat!’ De productiejager wijst naar de deur! ‘Buiten! buiten! Een bedrijfsblad moet renderen!’

Wij zijn klaar!

Na dit intermezzo wordt personeelschef Uilbrechts ontboden bij brave Neelen. ‘Wel, kolonel, welke plannen hebt gij uitgebroed in dat smal gangsken daar beneden?’ ‘Braven, ik heb het leidend personeel samen geroepen en hen gevraagd, wie wenst er contact te leggen met eventueel toekomstige werkwilligen? Wij hebben 400 adressen! Het resultaat is verbluffend! Ondanks dat vele brigadiers en meestergasten weigeren. Zij wensen aan dit vies werkje niet mee te doen! De kaderleden staan wel te trappelen, maar die kennen de mensen niet noch hun gebreken. Carrièremaker brigadier lange Miel is natuurlijk van de partij!’

Onverwachts doet de kolonel drie danspasjes naar voor, fier zoals ’n pauw zonder pluimstaart: ‘Mijnheer Neelen, hij doet het!!! Ja!! Het is in orde!!! Madam Terna heeft het klaar gekregen! Bert de afvallige syndicale délégué zal samen met zijn twee vleugeladjudanten, eveneens afvallige militanten, de leiding nemen van de werkwilligen. Zij beloven het stakerspiket omver te lopen! Bert is een voorzichtig en vooruitziend man. Vraagt actieve en morele steun aan de Boeldirectie, nu en zeker na de staking, want de buizenleggers uit zijn afdeling zullen dit niet in dank afnemen! Braven Neelen, ik stel voor Bert te benoemen tot voorzitter van de werkwilligen.’ Een malse glimlach speelt op Boelbaas’ lippen!

Kolonel Uilbrechts voelt de poepkeswind in de rug. ‘Heren, onze interventieploeg is droog getraind door van Hoek, de judospecialist, uit mijn personeelsdienst. Brigadier van Tul, oudrenner, zoekt naar koevoeten en ijzeren staven. Ik heb hem opdracht gegeven op het gepaste ogenblik toe te slaan; bij de confrontatie tegenover het stakerspiket, het hoofd koel te houden, om nadien samen op de personeelsdienst alles te noteren, alle aanklachten netjes aan de rijkswacht door te geven!’ Brave Neelen sluit de boeken: ‘Goed, kolonel, gij kunt gaan!’ ‘Oh, wacht even! Het stakerscomité organiseert de mars van de ‘128’ afgedankten te Temse, zorg ervoor dat een ploeg fotografen zich opstellen! Volgende week keert Satani terug van het duivelseiland!’

De mars der verbeelding!

De staking van de scheepsbouwers blijft inwerken op de verbeelding, zowel in Vlaanderen als in Wallonië, bij vriend of tegenstander, velen willen hulde brengen aan de opstandige scheepsbouwers. Het verzet is een frisse lentebloem, in een donkeren crisis, deze hardnekkigheid een bron van geloof en hoop, de strijd tussen de lentestroom en de geldzakken brengt mensen in vervoering.

Talrijke gezinnen snakken naar ’t einde van de staking, morren en klagen! Doch zij wensen het onderspit niet te delven tegen de industriële kasteelheren. De gemeentelijke burgerij spuit overal haar vergif rond, kinderen van de stakers ondergaan dikwijls een antistakers klimaat in de school! De media staan alle dagen verbaasd, kunnen moeilijk de bron van onverzettelijkheid verteren!

De wekelijkse stakersvergadering is uitgegroeid tot een symbool, de drie syndicale musketiers, Robert Van den Bussen, Strooibants René, en Kasiers, spelen op dezelfde golflengte als de stakers. Daartegenover staan de nationale en provinciale syndicale beroepstelefoneerders, die de mars van de ‘128 afgedankten’ bekampen. Zij vrezen de groeiende solidariteit voor de stakers vanuit de fabrieken, willen deze de grond inboren, of leiden naar oeverloze vlakten! De politieke dubbeltongers kijken uit naar het toekomend gebeuren!

Zoete Wijn straalt, op 22 augustus viert het stakerscomité feest, hoewel niet uitbundig. Het doet Jan Cap deugd bij de start van de solidariteitsmars, zoveel mensen uit alle hoeken het land te kunnen verwelkomen! Zowel de Bruggeling als de werker uit de vurige stad Luik! De fanfare uit Nederland ‘Eeuwig Voortdurende Bijstand’ brengt jong en oud in beweging! De afwezigheid van de harmonies uit de Scheldevallei is vallend, intern verdeeld over de staking, totaal vergeten waarom ze éénmaal zijn opgericht, vroeger! Dit wordt vandaag in evenwicht gebracht door bruingebakken Chilenen, die ’s avonds een onvergetelijk muzikaal festijn ten beste geven in de grote stampvolle tent van de ‘Internationale Nieuwe Scène’, solidaire mensen brengen honderdduizenden franken mee voor de ‘brandkast’ van het stakerscomité!

Drie syndicale vlaggen stappen vredig op naast elkaar: rood, groen en blauw. Zij willen hun verlangen tot eenheid manifesteren. Ondanks de goede bedoelingen blijven de kleurenvlaggen wijzen op de diepe verdeeldheid van werklozen en werkers! Mannen en vrouwen dragen voor deze mars, een gestreepte pyjama, die terugwijst naar de concentratiekampen en de huidige industriële fabrieksgevangenissen!

Honderden solidaire supporters van de afgedankte scheepsbouwers volgen de vlaggen, weinig kijkers zijn in de straten te zien. Vijf keer marcheren de manifestanten voorbij de witte, kille villa van Boelbaas Savijs. Jan, Rudy, Zoete Wijn, allen zingen uit volle borst. Weg met de machten die verknechten...! Het leven in de villa is blijkbaar uitgedoofd. Als het volk in opstand komt, kruipen machtigen in bunkers, sturen er gewapende industriële gangsters op los! Satani zweeft rond in de ballroom! Het is een wondermooie dag. Wat zal er morgen gebeuren?

Het grote offensief!

’s Anderendaagsmorgens zeer vroeg bellen kaderleden en carrièremakers aan goed gekozen huizen. Zij vertellen allemaal ongeveer hetzelfde verhaal, soms met ’n andere toon: ‘Madam, ’t is voor uw man, veronderstel ik, hij wordt dringend verwacht om 9 uur op Cauwerburg aan de ingang van de werf! ’t Is voor een speciale job... alles is geregeld met de vakbond... André komt ook... Neen! Madam, ge moet geen schrik hebben, den Bert ge kent hem wel, hé, die zal hem opwachten...’

Het stakerspiket is zeer dun bezet, vele militanten zijn stakingsmoe! Alle dagen aan die vervloekte poort, dat hangt velen de keel uit! Jan Cap en Rudy Van Vlierberghe zijn té laat ingelicht! Voor hen is de vraag met hoevelen komen ze opdagen? Rond 9 uur is er ’n groep van dertig werkwilligen, dicht aaneengesloten in ’n bol! Bert, de afvallige délégué, heeft de leiding, de varkensboer loopt naast hem. Enkele bitsige woorden vallen tussen het piket en de werkwilligen, maar na enkele kleine schermutselingen trekken de ratten binnen op de scheepswerf, recht naar de eetzaal, de ‘Esch’.

Kolonel Uilbrechts ontvangt hen als ware helden, speldt een decoratie op hun bibberende borsten. Brave Neelen lauwert speciaal Bert en benoemt hem officieel tot voorzitter van het rattencomité. Bert lacht echter niet, denkt voortdurend aan Jan Cap en Rudy Van Vlierberghe, zijn vroegere vrienden. Bert weet dat hij fout zit! De voorzitter der ratten heeft geen tijd om na te denken. De personeelschef snelt hem ter hulp: Bert, op uw wens laat de Boeldirectie onmiddellijk, over de velden heen, 2000 telegrams uitdragen, getekend met uw nieuwe titel! Stel je voor, dat grapje kost de Boeldirectie 300.000 fr.!’

Telegram! ‘Verzameling voor alle scheepsbouwers, woensdag 26 augustus in de Sint-Amelbergalaan! Vandaaruit lanceren we een aanval op het vakbondspiket, onze patronale knokploeg is klaar!’, getekend de voorzitter van de ratten, Bert!

Nu komt alles in een stroomversnelling. ’t Is alsof de doorbraak van de werkwilligen deze morgen het stakerscomité nieuwe vleugels heeft bezorgd. Moedeloosheid slaat om in een vernieuwde dynamiek! Op de middag bollen vijf microwagens door de kleine Scheldedorpen, tot ’s avonds laat: ‘Kameraden, wij het stakerscomité doen een oproep tot alle stakers massaal naar de scheepswerf te komen, ingang Cauwerburg! Savijs wenst het stakerspiket onder de voet te lopen, de Boelbazen hebben een rattencomité opgericht, zij mogen er niet in slagen de staking kapot te krijgen. Ook wij wensen het einde van de staking!!!’ De mensen snellen naar buiten op het geluid van de microwagens, allen denken, dit wordt de finale. Vele zaatmannen maken een vuist in hun broekzakken. ‘Ik kom!’ Sommigen nemen hun schafzak mee, je kunt nooit weten!

Wie wind zaait, zal storm oogsten! Satani, Savijs en Co hebben reeds maanden vanuit de glazenkast de haat tegenover de stakers de hoogte in gejaagd, dit moet eens tot uiting komen! Nu honderden stakers het piket versterken, lassen ze het brede hek dicht en blokkeren het met een zware ketting. De nachtwaker krijgt het danig op de zenuwen, loopt de portiersloge binnen en neemt een geweer!! Hij schiet rakelings drie schoten over de hoofden van de piketters! Hij huilt en tiert zoals ’n bezetene. Onmiddellijk cirkelt het nieuws rond. Willens nillens komt het aan de oren van den Braven, die het bericht moet doorgeven aan het opperhoofd van de barbaren. Savijs slaakt een kreet: ‘Godverdomme, die lomperik! Waarom schiet die zo vroeg!!! De zon is maar juist wakker. De Boelbaas heeft geen andere keuze dan hem onmiddellijk af te danken: ‘Anders sleuren ze mijn goede naam opnieuw door het slijk!’ Het resultaat is eenvoudig, het slachtoffer van de haatcampagne vliegt op straat! Tegenover de nachtwaker leggen de stakers geen klacht neer bij de politie, waarom zouden arbeiders dat doen?

De grote confrontatie kan elk ogenblik beginnen, aan de ingang van de werf; de meest verwarrende geruchten worden rondgestrooid, Jan Cap roept: ‘Kijk eens, daar komt een bende rode kardinaals naar hier, gewapend met stokken!’ ’t Is bijna niet te geloven, een bazenknokploeg van ongeveer dertig man komt in de richting van het dichtgelaste hek! Naast de gewapende brigadier van Tul loopt onze prozaschrijver in gezelschap van chef Kukelaar, en van onze broer, mijnheer Deer. Natuurlijk is ook de judotrainer Van Hoek aanwezig! Van Tul deelt de koevoeten uit zoals stukjes noga!!!... Kolonel Uilbrechts wacht op het aanvalssein van het opperhoofd uit de glazenkast. Ondertussen programmeert computerspecialist en kaderlid de grote nijptang, samen met Luc de melkmuil, om de zware ketting door te knippen.

Het stakerspiket zit in moeilijke papieren, zij beseffen het gevaar, langs achter in de rug de Boelse, patronale knokploeg, voor hen een groep ratten, 100 man sterk. Gespannen en zenuwachtig leidt den Bert de groep die zich rond hun kopman scharen.

Vakbondsman groene Van den Bussen stapt in de richting van het opkomend gevaar. De werkwillige groep stopt. Robert en Bert kijken elkaar vierkant in de ogen! ‘Bert, wat gaat ge doen? Wat is er met u gebeurd!? Gij waart 10 jaar syndicale délégué op de Boelwerf, kom en sluit u terug aan bij de stakers! In plaats van aan mijnheer Savijs toe te geven!’ In de omgeving van de twee is het muisstil!! Jan Cap en José De Staele schuiven naar den Bert toe, deze reageert onmiddellijk: ‘José De Staele laat me door, ik heb recht op arbeid!’ Wat een potsierlijke uitdrukking voor een exdélégué. ‘Jan Cap, ik ga werken!’ ‘Bert ge vraagt recht op arbeid, wat doet ge met die 128 afgedankte kameraden?’ ‘Jan Cap, laat me door!’

Bert, groot en struis, stapt in de richting van het kleine hek, in de grote afsluiting. Sjarel heeft nu geen tijd om te fotograferen. Het wordt een trekken en sleuren, de ratten willen langs het kleine hek binnenwippen. De patronale gangsters helpen een handje mee langs de binnenkant van het hek, slaan en kloppen met stokken en koevoeten. De computerspecialist tracht met de geprogrammeerde tang de ketting door te knippen, de jonge militant Jean belet hem dat te doen. Sjarel en Bert rollen over de grond, liggen in de opening van het hek. Miel van Tul klopt gevaarlijk in het rond. Het gevecht is zeer hevig, niemand wil wijken, tien ratten glippen binnen, ook den Bert is mee! Blijkbaar zijn de patronale gangsters tevreden, zij verdwijnen in de richting van de personeelsdienst.

Kolonel Uilbrechts is wel verplicht de mislukte aanval mee te delen aan het opperhoofd: ‘Mijnheer Savijs, ik ben er wel in geslaagd enkele koplopers te noteren! Sjarel, de stellingmakers, de jonge monteerder Jean, de aanklacht voor slagen en verwondingen zal ik na de staking doorspelen aan de rijkswacht!’ Satani streelt de rug van Savijs goed en zoet. ‘Kolonel, wanneer gij aanstaande vrijdag opnieuw faalt, dan kunt gij uw valiezen pakken!’

Een rattenserenade!

De syndicale militanten spuwen hun gal uit over Berts optreden! Zij beslissen een avondserenade te brengen voor zijn huis! Dertig stakers rukken op, Willy en Jaurez blazen op de klaroens, twee potscheelslagers maken een hels lawaai. Schichtige mensen komen even kijken. Voor de woning van den Bert zingen de protestanten: ‘Oh, ratten en muizen ze hebben zolang bijeen gewoond, nu moeten ze verhuizen, verhuizen moeten ze doen!’ Berts vrouw komt verschrikt door het vensterraam kijken, hare kleine pagader op de vensterbank begrijpt er niets van, waarom die mannen zo boos zingen voor zijne papa!

Sjarel treedt uit de groep en geeft ’n vlammende speech: ‘Mensen, hier woont de voorzitter van het rattencomité; den Bert heeft zijn frak het binnenste buiten gekeerd, vroeger délégué en nu rat. Ik heb hem persoonlijk aan het werk gezien tijdens de staking van 1971 te Steendorp en in de gemeente Hamme. Hij was de beste rattenvanger van de streek, nu doet hij dit vies werk voor mijnheer Savijs. Bert, ook wij zijn de staking beu! Nochtans kunnen we dit verraad nooit aanvaarden. Tweeduizend gezinnen zitten nu financieel tegen de vlakte. Zij hebben het recht dat de staking wordt beschermd, zodat hun offers en inspanningen niet tevergeefs zouden zijn. Vandaag is er geen keuze, alleen een harde wet, een ongenadige strijd tussen de patronale knokploeg en het arbeiderssyndicaat!

Daarom mensen, deze openlijke ‘rattenserenade’, wij zingen nu het vroegere lievelingslied van Bert! ‘Hand in hand kameraden...’ ’t Is wel een pijnlijk tafereel, Sjarel ziet nog altijd dat kleine lopertje naakt op de vensterbank met verbaasde oogjes, kijkend naar die stoute mannen op straat! Een klein groepje stakersvrouwen staat op veilige afstand toe te zien. Zoete schudt haar hoofd: ‘Dit is echt onmenselijk, is dat wel nodig?’ ‘Het Is zijn eigen schuld!’ reageren andere vrouwen.

De veldslag!

Anderendaags is het decor totaal veranderd! De personeelschef geeft opdracht het hek weg te nemen over geheel de lengte. De kaderleden en werkwilligen krijgen opdracht zoveel mogelijk gaten te maken in de afsluiting rond de scheepswerf, planken te leggen over de grachten, zodat de ratten gemakkelijk binnen kunnen ritsen! Verschillende meestergasten weigeren deze vieze opdracht uit te voeren: ‘Dit behoort niet tot onze taakomschrijving!’

’t Is vrijdagmorgen en marktdag te Temse, de vogeltjes die fluiten ter ere van onze Heer! De gemeente is zoals in de bezettingstijd: overal rijkswachters in zwarte frakken, waterkanonnen en combi’s! De wettelijke ordeverstoorders staan paraat. Vele fabrieksdelegaties komen het stakerspiket versterken, scheepsbouwers van Cockerill Yards zijn op post! Verschillende stakers tonen een telegram aan Jan Cap. ‘Jan, den Bert vraagt ons schoon om te komen werken! Dat die rat zijn gat afkuist met dit papier!’ Sommige piketters dragen voor de eerste keer in deze staking een helm. ‘Wij laten ons geen tweede keer uit elkaar slaan door de patronale stoottroepen!’ Aan de kaderleden met scheve poten is meegedeeld: ‘Indien uw leven u lief is, blijf dan maar uit onze buurt!’ Niemand van de helden laat de neus nu zien.

Opeens verschijnt rode Strooibants met de microwagen. Hoe het gebeurt is weet niemand, zelfs de procureur des konings niet! Honderd meter splinternieuwe prikkeldraad zweeft door de lucht, deze daalt ongevraagd neer in de handen van de stakers. Rode barikado lacht: ‘De eierboer heeft mij 1000 eieren meegegeven om eierkoeken te bakken voor de werkwilligen. De piketters bouwen in de rug een barricade van fietsen, die de meestergasten normaal gebruiken op de scheepswerf om zich vlugger te verplaatsen. De zon, barometer en spanning stijgen. De zwarte frakken lonken als wilde katten, zijn bereid onmiddellijk toe te slaan! Honderden voetzoekers verhogen de sfeer. De groep werkwilligen nadert heel onzeker! Achter de blinkende prikkeldraad staan alle militanten. Zoete Wijn en Marleen... zij bakken vandaag geen wafels. Stakers en werkwilligen kijken in elkaars ogen!! Zullen er klappen vallen? Savijs is erin geslaagd een deel van de arbeiders tegen elkaar in het harnas te jagen.

José De Staele, de vroegere hoofddélégué, staat voor Bert, zijn ex-militant. In José keert alles om: ‘Bert, keer maar terug naar huis, ge komt er niet door! Waarom speelt gij de kaart van de Boelbaas, voor u wordt dat een menselijk drama! Wat gaat ge doen na de staking? Savijs kan je wegsteken, maar de zaatmannen zullen u nooit vergeven dat ge hen met een mes hebt gestoken!’ Bert heeft niets te zeggen. De stakers maken gevaarlijk golvende bewegingen met de splinternieuwe prikkeldraad. Verschrikt springen de ratten achteruit. Als bij toverslag volgt een eierenbombardement, de niet gekookte eieren springen kapot op hun smoel! Voetzoekers knallen en springen overal rond. Dulle, zwarte, industriële waakhonden stormen met de matrak in de hand vooruit! De donkere monsters vormen ongewild een dam tussen stakers en ratten. De fietsenbarricade begint plotseling te branden, hoog slaan de vlammen op. De verbrande rubber verspreidt een ondragelijke stank. Bert en zijn discipelen druipen af, gehelmde rijkswachters schieten traangasbommen af. De gasrook drijft zowel stakers als werkwilligen in de richting van de gemeente. Alleen het vakbondspiket heeft door gelukkige omstandigheden geen traangas moeten snuiven, dank u lieve wind!

Rode Strooibants spreekt het massapiket toe: ‘Hij is nu verplicht te onderhandelen, nooit zal Savijs erin slagen het vakbondspiket onder de voet te lopen, nu niet, nooit!’ Al zingend stappen de stakers naar de gemeente om hun stakersgeld te ontvangen!

Zij passeren de kille villa, Satani kijkt toe, hij is die Boelzangers kotsbeu! De Boeldirectie heeft speciale oordoppen gekocht om aan het zangkoor te ontsnappen, maar zelfs madam Snijboontje is betrapt, toen ze zong: ‘Weg met de machten die verknechten!’

De zwarte citroën geblokkeerd!

Juist voorbij de kille, witte villa komt een zwarte Citroën in de richting van de marcheerders gevlogen! Woedend springen zij achteruit. De wagen wordt geblokkeerd en er wordt geroepen: ’t Is Savijs! Smeerlap, lafaard!’ Bonk! Bonk! Stenen pletsen op de blinkende koets. De stakers sluiten een cirkel rond de dure wagen! Zij beginnen de auto op en neer te waggelen... een, twee, drie... ‘Mannen, pas op, de chauffeur is ook ’n werkman. Savijs mag voor ons part verrekken! Met de velo aan de hand komt Sjarel naar de wagen toe en ziet de Boelbaas Flup zitten op de achterbank. Sjarel, vroeger secretaris van de ondernemingsraad, en Savijs zijn al vele jaren niet verliefd op elkaar, hij maakt een killy, killy-teken naar de baas, met de wijsvinger over de keel! Savijs krijgt blauwe lippen en wordt doodsbleek. Opeens springt de straatvechter uit de zwarte Citroën, een onbloedig duel begint onder de zon.

‘Gij hebt doodsbedreigingen geuit tegen mijn persoon! Ik zal u aanklagen bij de politie! Gij zult u moeten verantwoorden tegen de procureur des konings.’ Hij kijkt naar de ogen rondom hem, vol haat, ze naderen gevaarlijk, zijn kniebollen kloppen tegen elkaar. Sjarel slingert hem in het gelaat: ‘Wie heeft hier doodsbedreigingen geuit? Wie? Straatvechter, gij maakt de mensen kapot, door uw haatcampagne heeft die nachtwaker op ons geschoten, wie heeft die bazenknokploeg in het leven geroepen? Wie hongert de mensen uit in het Scheldedal? Houd uw bek en tsjirpt wanneer het goed weer is!’

De Boelbaas brult en tiert, blaast de aftocht! ‘Vooruit, chauffeur, naar de ingang van de Cauwerbrug!’ Daar gekomen springt mijnheer uit de wagen en begint als ’n dolle de verschrikte rijkswachtcommandant uit te schelden. ‘Nietsnutten! Luiaards, gij moet mijn vrouw en kinderen beschermen!’ Dit is blijkbaar iets te veel voor de commandant. ‘Mijnheer Savijs, dit zijn uw eigen luizen die u bijten! Ge zou hier beter weg blijven!’

Het dictaat!

Als een wervelwind verspreidt het nieuws zich. Donderdag moeten de stakers stemmen over het uitgedroogd voorstel van minister der werklozen, De Wolf! De 128 afgedankte arbeiders worden drie jaar in een werkcel gestopt, ze ontvangen 90 % van hun loon en zijn die periode vrijgesteld van stempelcontrole! De Boelbaas zal dit voorstel aanvaarden met lange tanden. De vakbondstoppers aller kleuren dansen van vreugde. Het ministerke met blauwe kont zegt: ‘Indien de lokale vakbondssecretarissen geen referendum organiseren, zal mijn knecht Von Himler het doen, langs een postreferendum. Het stakerscomité, gesteund door de drie syndicale musketiers, beslissen de stemming zelf te organiseren met de nodige bloemenkransen.

’t Is donderdagmorgen, een massa stakers in en rond de sporthal; vele stakers hebben elkaar in maanden niet meer gezien! ‘Ha, Jef, gij waart zeker ondergedoken, ge ziet er stralend uit!’ De stakersvrouwen hebben veel plezier! ‘Ook al is onze portemonnee zo plat als een vijg, laat u niet doen, hé, mannen.’ Zoete Wijn heeft de lach der gelukzaligen. ‘Gisteren hebben we twee ratten met hun fiets in het water zien vallen. Ze liepen over een plank, om door een gat in de afsluiting de scheepswerf te bereiken, ’t waren precies waterduivels. Nadien hebben ze een klacht neergelegd bij de rijkswacht, omdat wij hen uitlachten!’

Radio, tv en journalisten krijgen geen toegang tot de stakersvergadering, dit is de eerste keer in de staking. Alle stakers zijn woedend over de tv-uitzending van Panorama, die de Boelstaking behandelde. De stakers worden daarin afgeschilderd als vechters, onverantwoorde elementen, terwijl rode John van Eynde en Savijs om beurt elkaars buik wasten! Groene Pol Molenslijk keek de kat uit de boom!

Trouwe tongen beweren terecht, dat de Panoramaploeg meer op de villa zit van mijnheer Savijs dan elders! De Boelbaas weet te vertellen voor het scherm, dat scheepsbouwers overal ter wereld moeilijke mensen zijn, want zelfs in Polen durven deze staken. De incidenten in de sporthal op 10 augustus werden dik in de verf gezet! Over de solidariteitsmars voor de ‘128’ afgedankten kwamen enkele schaarse beelden. Wel verschenen Kris Merckx van de PVDA en Van Geyt, de voorzitter van de Eurocommunisten, om de kijkers duidelijk te maken dat de mars een ultra rood onderonsje is! De afgedankten verschenen noch op het scherm, mochten ook hun stem niet laten horen!

Het is een publiek geheim dat zowel rode syndicale als politieke leiders uit het Antwerpse hemel en aarde hebben bewogen om te beletten dat senator John Van Eynde aan deze Panorama-uitzending zou meewerken. Ze vreesden een politiek schandaal. De syndicale senator, John, danste rond op zijn olifantspoot: ‘Neen! Neen! Ikke, den John, ga de waarheid eens zeggen. Ikke laat nog liever mijn twee handen afhakken dan aan deze uitzending te verzaken!’ Gedurende de opname van ‘panodrama’ hebben politieke vrienden tevergeefs getracht hem van voor de tv-camera te sleuren! De uitzending werd dan ook een kaakslag voor de stakers!

Als reactie daarop mogen alleen ‘De Kleine TV’ van Zomergem en Dirk van den Bogaert van het dagblad ‘De Morgen’ binnen op de stakersvergadering. Het stakerscomité houdt niet van valse neutraliteit op beslissende momenten. Bovendien willen zij ook de plaatselijke vakbondssecretarissen beschermen tegen de nationale koorddansers, die op een totaal andere golflengte zitten.

Pronostiekers in actie!

De stemming over het ministerieel voorstel wordt met grote ogen gevolgd door de scheepsbarons. De personeelschef deelt mee aan al de werkwilligen die aan de stemming deelnemen in de sporthal dat ze geen enkel loonverlies zullen hebben! Wel nog een klein extraatje! Voor de ratten vertrekken ontvangen ze vlug de zegen van Satani! Wanneer de rattenleider de stakersvergadering binnenduikelt, is het ahoe-geroep overdonderend! Rode Strooibants provoceert zeer gevaarlijk voor de micro! Jan Cap beheerst vlug de situatie door een kalmerend handgebaar.

De charlatans uit de personeelsdienst zitten rond de kolonel zonder sterren. Ze pronostikeren op de uitslag van het referendum. Voor het stakerscomité wordt het vast en zeker een Waterloo! Savijs, Brave Neelen en de productiejager zetelen in het directiebureel, in ’t midden blinkt de witte telefoon. De radiopost Vlaams Brussel geeft volle bak. Savijs is zelfs zeker: ‘Heren, vandaag wordt het stakerscomité levend begraven! De stakers zullen het zelf in de grond boren!’

Rechtover het bondsgebouw in Antwerpen, in een klein restaurantje, slurpt de rode senator John aan een kopje ‘zwarte kat’. Hij bekijkt voortdurend de tippen van zijn schoenen: ‘Met die koppige Waaslanders weet ge nooit! Die zwemmen altijd tegenstroom!’ De provinciale, groene, syndicale Molenslijk kuist de zwarte laarzen van zijn baas, de nationale Eiremans: ‘Gerard, onze slogan, de mens eerst, klinkt schoon, nu zal Jan Cap, de Boelzanger, wel een toontje lager gaan zingen!’ ‘Vriend Pol, geduld is een gave gods!’

Onvergetelijk is de stemming!

De sporthal draait warm, de open micro gloeit, de drie syndicale musketiers trekken aan één zeel! Daarvoor krijgt rood, groen en blauw een daverend applaus. Zij verscheuren het voorstel De Wolf. Wanneer Jan en Rudy, de twee hoofddélégués naar de micro gaan, wordt het muisstil! Dat zijn de vertrouwensmannen van de scheepsbouwers. De twee worden gewaardeerd. Jan Cap, de man van woord en daad; Rudy, de toekomst. Nu spreken ze dezelfde taal, krachtig, kort, vol overgave en overtuiging: ‘Wij staken de ‘128’ kameraden terug op de werf! Wij laten ons door De Wolf geen dictaat opleggen. Wij walgen van de patronale gangsterpraktijken!’

José De Staele, jaren het vertrouwde beeld op de scheepswerf, verbonden met de zaatmannen met vlees en bloed, met een stem die jaren de vrijheidsdrang van de scheepsbouwers heeft uitgezongen met zijn lievelingslied ‘Het eindpunt is geen eindpunt maar alleen een nieuw begin!’, spreekt in dezelfde zin als Jan en Rudy. Hoe kan dat anders wanneer ge 22 weken samen hebt gestreden tegen de industriële maffia! Sjarel sluit de rij, in alle moeilijke omstandigheden en op beslissende momenten heeft hij het woord genomen, de kameraden hebben het recht te weten wat hij over het aangebrachte probleem denkt! Dikwijls was hij het voorwerp van pro’s en contra’s: ‘Kameraden, ook al ben ik één van de afgedankten, we capituleren niet voor Savijs, noch voor het dictaat van De Wolf.’

De scheepsbouwers blijven hangen rond de stemhokken, de sfeer is adembenemend. De zaatmannen willen niets missen, bekijken met scheve ogen de werkwilligen die stemmen in blok. Voortdurend stijgt de spanning naar een onzekere hoogte, binnenin springt alles bijna kapot! Wat is dat? Rode Strooibants met wijd gespreide armen vóór de micro roept: ‘De stakers verwerpen het voorstel, de staking gaat door. Ze leeft!’ De zaatmannen veren recht, wenen, lachen, dansen, omhelzen en grijpen elkaars handen en zingen: ‘Hand in hand, kameraden,...’ Tranen rollen over hun wangen. Ze trekken rond de zaal, zeggen tegen elkaar: ‘De staking leeft! Savijs heeft het aan zijn kloten!’

De radio deelt de stemming van de uitslag mee! De Boelbaas zakt bewusteloos weg. Rode John vloekt: ‘Verdomme, die boerkes van Temse, dwarsliggers, wie zal die temmen?’ De nationale, groene Eiremans smijt zijn paternoster weg, grijpt de laatste redplank, de litanie voor alle heiligen: ‘Heilige Savijs, bid voor ons!’ Een radio heeft dit voordeel, het nieuws dringt overal door, tot in de huiskamer, fabriek en kliniek! Verbeten tegenstanders die het bericht horen, beschouwen het als een overwinning van het stakerscomité! Spijtig!! Deze onvergetelijke momenten duren slechts enkele minuten. Blauwe Kasiers deelt de definitieve uitslag mee: 63 % tegen het regeringsvoorstel. De statuten eisen echter 66 % om de staking voort te zetten!

Voor de scheepsbouwers is dit als een onderdompeling in een ijskoud bad! Jan en Rudy grijpen vlug naar de teugels. Rode Strooibants: ‘Ik zal telefoneren naar mijn syndicale bazen te Antwerpen, ze moeten de staking blijven steunen!’ De eerste musketier, Kasier, verdwijnt, voor hem is de match uitgespeeld. De groene Van den Bussen wast de handen rein, in een kommeke groene erwtensoep: ‘Men heeft beslist!’ Jan Cap spreekt de vertwijfelde mannen toe: ‘Kameraden, het stakerscomité zal alle middelen hanteren om de nationale vakbondsleiding te dwingen het stakersgeld verder uit te betalen. Het is een ongelooflijke uitslag na 22 weken staking. Wij willen een vakbond met een hart! Maandagmorgen komen we samen om 7u30 onder de eikenboom!’

Rode Barikado is ondertussen aan ’t telefoneren in café ‘De Sportvriend’ naar alle leden van het dagelijks bestuur van de rode provinciale metaalbond te Antwerpen!... Hij krijgt alleen vage woorden te horen, eindelijk heeft René senator John te pakken: ‘John, ik verzuip, ge moet me helpen, ik kan die stakers met hun 63 % niet in de steek laten, ’t water komt tot aan mijn mond, blijf de staking steunen.’

‘Neen! Neen! René, ’t is gedaan, hé, de vakbondskas is leeg!’ Radio en tv delen het einde van de staking mee, terwijl het stakerscomité zegt: ‘De staking gaat door!’

Rode Strooibants krijgt de zaterdagavond een geheimzinnige telefoon: ‘Zondagmorgen moet ge klaarstaan op de Scheldebrug te Temse, om 9 uur! Gij alleen! Gij hebt hierover spreekverbod! ’t Is een syndicale opdracht!’ Plots zwijgt de stem. ’s Zondags op het afgesproken uur kijkt rode René vanop de brug naar de verlaten scheepswerf. Bruusk stopt er een auto voor hem, de onbekende chauffeur doet teken: ‘Bent u Strooibants? Stap in!’ Onderweg wordt hij drie keer van auto verwisseld, voortdurend kijkend in de achteruitspiegel, ’t is alsof ze achtervolgd worden. Wie zouden de vermoedelijke achtervolgers dan zijn? Voor René is het duidelijk, men is bang voor leden van het stakerscomité, die van de zonderlinge autorit niets afweten! Zo belandt de rode musketier in het rode vakbondsgebouw van metaal te Brussel. Tot grote verwondering van de ontvoerde wacht daar een BRT-journalist op een mededeling, die de nationale syndicale proceduredansers aan het klaarstoven zijn, zonder stakers en zonder hart! De syndicale bonzen hebben beslist voor de stakers de geldstroom af te snijden. De vurige harten zijn Groene Eiremans en Philipsen, voorts de rode senator van Eynde en de Coster, plus ’n blauwe vakbonder.

René kan zijn eigen ogen niet geloven, Robert van den Bussen schrijft de capitulatietekst voor radio en tv. De nationale de Coster zal vlug dat kladschrift zuiver typen, helaas!... Ferdinand krijgt de elektronische typemachine niet in beweging, Flanders technologie faalt. Zonder aanleiding richt de nationale, groene Eiremans zich naar John Van Eynde: ‘John, wanneer gij die revolutionair van u, Strooibants, uitschakelt, dan zal ik, Eiremans er voor zorgen dat Jan Cap niet meer zingt!’ De nationale groene kijkt uitdagend in de ogen van Barikado. Deze hoort met eigen oren hoe grof de samenzweerders achter de schermen hebben gewerkt.

De ideeloze vakbondsnarren drijven de chantage door, rode Strooibants moet voor straf, omdat hij na de stemming in de sporthal heeft geroepen: ‘De staking gaat door!’, de capitulatietekst aflezen voor radio en tv. René weigert dit beslist. De nationale compromisvreters worden verplicht het zelf te doen! De drie hopeloos verdeelde musketiers krijgen verbod het woord te voeren volgende maandag op de stakersvergadering, die in het teken is gesteld van de slogan ‘Wij wensen een vakbond met een hart!’. Waarin de Boelmaffia niet is geslaagd, krijgen zes nationale gewetenlozen het wel klaar, zij geven de stakers een dubbel nekschot; om hun eigen verraad af te dekken, huilen deze bonzen in koor: ‘Het stakerscomité wordt gemanipuleerd door ultralinkse elementen!’

Wij willen een vakbond met een hart!

Maandagmorgen op 7 september 1981 zijn 1300 scheepsbouwers verzameld onder de grote eikenboom, niemand merkt dat de eikenbladeren barsten van tranen, wie durft strijdende mensen zonder eten te zetten? Inwendig zijn de scheepsbouwers aan een kookpunt toe. Sommigen voelen zich schuldig: ‘Is het soms een misdaad met open vizier de syndicale strijd te voeren? Waarom komen die dikbetaalde klootzakken van Brussel dat hier niet uitleggen!!! Wij zullen ze niet opeten, of toch wel!?’

Dirk van den Bogaert, journalist, is klaar met de bandrecorder: ‘Dit is belangrijk voor de toekomst!’ Allen onder de eikenboom weten dat het kalf is verdronken, toch willen zij hun protest nog laten horen! Een jonge staker spreekt door de micro: ‘Vrienden, in ’t begin van de staking jaagden de vakbondsleiders ons buiten, met veel schone woorden. Het was voor de tewerkstelling, Savijs moest de cao-Waasland respecteren! Wees solidair met je afgedankte kameraden! ’t Is tegen Fabrimetal, ik begon het te geloven. Nu jagen ze ons binnen als honden! Ik geloof die mannen van de vakbond nooit meer!’

Rudy bestijgt de Calvarieberg, spreekt met hart en rede, als kind uit de Scheldevallei weet hij wat in de zaatmannen hun binnenste omgaat: ‘Kameraden, wij willen een vakbond met een hart, wat hier gebeurd is, is syndicaal verschrikkelijk, het mes zit er diep in. Ook ik ben ontgoocheld, laat ons toch geen stommiteiten doen, scheur uw vakbondsboekjes niet kapot, dan staan we volledig in onze bloten tegenover Savijs!’ Sjarel voelt het kriebelen, wenst voor de laatste maal het woord te nemen, bekijkt al de gezichten voor hem, nu zonder strijdlust zoals een uitgedoofde vlam. Tientallen fabrieksdelegaties willen ook nog vele vrome wensen uiten. Maar deze zalf kan de geslagen wonden niet helen. Sjarel ziet op de achtergrond de heilige syndicale drievuldigheid, de eens fiere musketiers hebben nu een gesleuteld slot door hun lippen: ‘Heren, wie heeft uw mond dichtgesnoerd. Waarom haakt ge nu af juist vóór de meet?’ De drie zwijgen collegiaal, duizenden ogen bekijken hen, alleen schaamte is hun deel.

Jan Cap sluit de protestmeeting af, schijnbaar kalm en rustig: ‘Kameraden, wij hebben openlijk de syndicale leiding afgekeurd, wij wensen een vakbond met een hart, die de zijde kiest van degenen die willen strijden. De vakbondsleiders draaien de geldkraan dicht, met de statuten in hun hand, zonder hart! Voor deze protestdag zal iedereen 1000 frank ontvangen, dit geld is samengebracht door solidaire handen, uit gans het land van de Noordzee tot in het diepste puntje van Wallonië, vergeet dat nooit, kameraden, zij hebben zich maanden verwarmd aan onze gloeiende hitte van onverzettelijkheid. Tientallen telegrammen blijven toestromen, toch moeten wij de ernstige toestand onder ogen zien, het stakerscomité zal onmiddellijk vergaderen, morgen zullen we samen beslissen, wees gerust! Wij zullen ons niet in een uitzichtloze situatie gooien!’

Jan, Rudy, rode René hebben nog een samenkomst met Freddy Willocxk en Pros Matthys om te onderzoeken of men voldoende financiële middelen kan samenbrengen om de staking te financieren, dit is echter een onmogelijkheid! Om 6 uur ’s morgens is het voltallig stakerscomité samen om de pijnlijke beslissing te nemen. Samen gaan ze naar de mistige Oeverstraat; voor het vakbondsgebouw, het Volk, staan de stakers, de meesten hebben hun schafzak bij, stille tranen vloeien, het daglicht begint door te dringen. Enkele fabrieksdelegaties brengen met een warm hart nog duizenden solidaire franken mee! Wat baat het wanneer de nationale metaalbonden de geldkraan dichtdraaien! De sirene van de scheepswerf blaast, nodigt uit om het werk te hervatten.

Jan Cap komt te midden van de straat met de megafoon, ’t wordt de meest pijnlijke en kortste redevoering uit Jans syndicale leven. Met een krop in de keel, een stille vloek, door de stalen megafoon klinkt het: ‘Het stakerscomité heeft beslist vandaag de staking te beëindigen!’ Gewezen stakers rijden langzaam de scheepswerf binnen! Alle kameraden verdwijnen één na één, de afgedankten blijven buiten! Sjarel kijkt ze na, voelt zich eenzaam, 250.000 fr. solidariteitsgeld zit in zijn tas! Hij gaat naar het vroegere stakerscentrum, de telefoon rinkelt voortdurend, Sjarel beantwoordt hem met bibberende stem. Is dit nu het einde van de staking?

De aap komt uit de mouw!

De rode, provinciale, syndicale senator, John Van Eynde laat er geen gras over groeien. Op 8 september, de dag na de staking organiseert den John een buitengewoon congres te Antwerpen! Voor alle bestuursleden van de metaal. De leider moet in eer hersteld worden na de incidenten in de sporthal te Temse, op 10 augustus! Rode John is een invloedrijk man in de havenstad, zowel syndicaal als politiek. De multinationalen gebruiken hem zeer handig: Bell telefoon, Ford, General Motors enz... Hij heeft ’n vinger in de pap bij de scheepsherstelIers, is regelmatig op bezoek bij de scheepsbarons van de Boelwerf en Cockerill Yards, de bazen van Electro Naval doen voor hem de deuren open!

Ondanks dit is John niet volledig gelukkig in zijn syndicaal keizerrijk. Op Cockerill Yards te Hoboken militeren volgelingen van Mao, zij ondermijnen zijn vakbondsmodel, de revolutionairen willen niet weten van het praat- of telefoonsyndicalisme. Bovendien komen deze straatvlegels stemmen roven van onze senator. In de rode burcht van Hoboken werken een paar dokters op blote voeten, voor de groepspraktijk ‘Geneeskunde voor het volk’. De patiënten geven bij verkiezingen hun stemmen aan Kris Merckx. Om zijn stemgebied te beschermen, heeft de rode John de heilige oorlog verklaard aan de revolutionairen van de PVDA.

Zoals een goed virtuoos tokkelt hij alle vakbondsinstrumenten, waarvan Van Eynde de snaren zuiver heeft gestemd! Vier heren, verlekkerd op Mercedes met vier deuren, vormen met hem het dagelijks bestuur. Zij maken de beslissingen klaar om hun macht te bestendigen voor het lager niveau van het uitvoerend bestuur, samengesteld uit vakbondssecretarissen uit verschillende afdelingen. Zij komen luisteren naar wat klavervier heeft bedisseld, de beroepskrachten volgen de gouden raad: ‘Spreek de brullende leider nooit tegen, ongezond voor je carrière, den John heeft toch altijd gelijk!’

Om greep te hebben op de werkers in de grote fabrieken te Antwerpen is er een ander recept! De provinciale secretaris duidt eigenhandig de hoofddélégués aan, die controleren en sanctioneren de andere délégués; ze praten naar de mond van de leider, trachten ieder conflict in de kiem te smoren. In ruil daarvoor zorgt den John in samenspel met de patroons, dat de hoofddélégués een goed betaalde job hebben, in het belang van beiden. Wie hem volgt kan hoofdafgevaardigde blijven tot in het graf! Rode John Van Eynde onderhandelt liefst met de patroon alleen! Deze methode is niet alleenstaand in de syndicale wereld.

Tegenover deze syndicale opstelling staat die van de syndicale delegatie van de Boelwerf. Daar kiezen de scheepsbouwers hun eigen délégués, geven deze opdrachten, en nemen de eindbeslissingen zelf, na een algemene vergadering op de scheepswerf. Dit brengt voortdurend conflicten mee. Het telefoonsyndicalisme tegenover het horizontaalsyndicalisme!

Het is deze man die nu het buitengewoon congres heeft samengeroepen. Hij kent het resultaat al op voorhand: ‘Kameraden, ik ben diep geschokt door de gebeurtenissen in de sporthal te Temse... Erna wilden de Boelstakers geen compromis aanvaarden. Zij willen manifesteren dat men als geslagenen opnieuw de scheepswerf is moeten binnen gaan, dat ze door de vakbond werden uitgehongerd!’... Dan zegt den John: ‘Neen, neen! Zingt niet ‘Hand in hand, kameraden!’, zingt liever het socialistisch lied van degenen die onze organisatie hebben opgebouwd en die geweten hebben waarom ze het deden! Zing dan tenminste de Internationale!’

Dan komen zijn hoofddélégués voor de micro! Bell Telefoon begint: ‘... Op 10 augustus te Temse heeft men gepoogd de metaalbond van ons in de val te lokken. Deze agitatie is bij velen in het verkeerde keelgat geschoten, vooral de aanwezigheid van Kris Merckx van de PVDA. Deze staking was een loutere Boelstaking en niet gericht tegen Fabrimetal.’ Een hoofddélégué komt verklaren: ‘In de vakbondsstatuten is er nergens sprake van een stakerscomité... Het was een schandalige stemmenmakerij tegen onze bond, tegen onze secretaris!...’ De zaal applaudisseert en de rode syndicale John blinkt van de deugd! Van Vloed, hoofddélégué bij Cockerill Yards, die uit protest de sporthal is buiten gelopen zingt dezelfde melodie: ‘Spijtig dat we door al die herrie alle informatie hebben gemist. Dit is natuurlijk een voordeel voor de patroon! Ik geloof niet dat de staking een goed middel is om afdankingen ongedaan te maken, dat lost niets op...!’

Daarna is het de beurt aan Albert Van Nimmen uit Kruibeke, ’n echte Waaslander die op een kleine scheepswerf werkt. Deze voorzitter van de afdeling Temse-Sint-Niklaas zal de stakers steunen; veertig jaar heeft hij gemiliteerd in de socialistische organisaties. Albert spreekt zacht, met het warm hart van een werkman: ‘Ik heb het gevoel dat het buitengewoon congres in feite een rechtbank is, bedoeld om de stakers en plaatselijke militanten uit Temse te veroordelen en de provincialen terug op de troon te plaatsen. Kameraden, dat pik ik niet. Dat stakerscomité heeft heel goed gewerkt. Gij stelt het hier voor alsof dat een verzameling was van rechtse en linkse elementen. Ik vind dat een te sterke schets van de feiten. Ik betreur dat er vanwege de metaalwerkersbond zo weinig solidariteit met de Boelarbeiders is getoond, dan was alles anders verlopen en...’ Alleen Temse en Sint-Niklaas applaudisseren!

De rode syndicale John treedt op als hekkensluiter, die zichzelf de zegen geeft: ‘Ikke, den John, ik heb altijd gelijk. Wat daar gebeurd is, in de sporthal, behoort nu eenmaal tot het risico van mijn stiel! Waar heb ik dat verdiend, die uppercut? Wetende dat het allemaal bewust is opgezet. De Boelstaking vol mystiek is nu voorbij; ik wil Jan Cap van de christenen niet natrappen, hij heeft niet gepleit om de vakbondsboekjes in te leveren, omdat dit in het nadeel van de christen vakbond zou zijn...’ De zaal veert recht en onze held krijgt een staande ovatie! Voor den John is het congres geslaagd, de leider kan opnieuw zacht slapen. Over het nakend failliet van de scheepswerf Cockerill Yards wordt met geen woord gerept, ook niet dat Klavervier, onder druk van den John, weigert haar financiële bijdrage te betalen aan het dagblad ‘De Morgen’, omdat deze krant de staking heeft gesteund. Rudy Van Vlierberghe heeft niet gesproken, voor hem stond de wereld stil. Gelukkig hebben de zaatmannen van dat showproces niets gehoord, of ze maakten er stoofhout van!

Werken is plezant!

De heren uit het smalgangsken lopen binnen bij de personeelschef, die bevelen geeft aan de lopende band. De kolonel speelt kat en muis met de twee syndicale hoofdafgevaardigden: alle dagen is er een dovenmansgesprek tussen de kolonel, Jan en Rudy: ‘Gij hebt hier niets meer te vertellen, ik regel alles rechtstreeks met de vakbondssecretarissen, indien niet akkoord, ga dan bij hen uw nood klagen!’

Wanneer Jan Cap telefoneert naar het vakbondslokaal voor groene Van den Bussen klinkt hetzelfde lied. Een ondergeschikte stem zegt: ‘Hallo, neen Jan, Robert is hier niet! Kunt ge de boodschap achterlaten! Neen, Jan, hij komt vandaag niet meer naar het bureel! Goed, bel morgen eens terug!’ Soms lukt Jan erin Robert ’s avonds thuis te bereiken, maar wordt eenvoudig afgewimpeld met een nietszeggend antwoord!

Brave Neelen weigert nog te onderhandelen in aanwezigheid van Jan Cap en rode Strooibants. De Boelbazen zullen voortaan alles regelen en bedisselen met de nationale compromisvreters. Jan Cap denkt, dat zal wel koelen zonder blazen! Pat, de militante stellingmaker is woedend en onmachtig tegelijkertijd: ‘Iedereen is hier op de scheepswerf uit zijn lood geslagen! Wij moeten tegen alles vechten, ’t is alsof ik alleen een berg moet verzetten, terwijl de Boelbazen met hun macht geen blijf weten, politiekers draa